Zwin Natuur Park en Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) zenderen ooievaars

Image

Dankzij hun zender kunnen deze ooievaars in de toekomst voortdurend gevolgd worden. Het gaat om heel lichte zenders, die de vogels niet storen. Het wetenschappelijk onderzoek past binnen een langdurige samenwerking met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Samenwerking

Zowel het zenderen als het ringen van ooievaars past in de traditie van langlopend onderzoek naar ooievaars in het Zwin. Het Zwin Natuur Park werkt hierbij nauw samen met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Het gaat om heel lichte zenders met een gewicht van 25 gram. Dat is minder dan 1% van het gewicht van de ooievaars. De zenders werken op zonne-energie. Ze geven tot op enkele meters na heel nauwkeurig de positie van de ooievaars weer. De 3 jonge ooievaars met een zender zijn dit jaar geboren.

Doel van het project

Het opzet van het zenderproject is om meer inzicht te krijgen in de verspreiding van ooievaars uit het Zwin Natuur Park in ruimte en tijd, ook in functie van veranderende leefomstandigheden van de vogels. Het leert welke trekroutes de ooievaars nemen, waar ze overwinteren en het zal ook inzichten geven in de uitdagingen waarmee de vogels te maken krijgen. De ooievaar is een soort om te koesteren en de zenderresultaten zullen belangrijke informatie opleveren om te helpen het voortbestaan van de ooievaars te vrijwaren. Het is de bedoeling dat in de volgende jaren nog meer ooievaars van een zender zullen worden voorzien.

Veranderende omstandigheden
Een groot aantal ooievaars overwintert op vuilnisbelten in Spanje. Deze vuilnisbelten worden binnenkort gesloten in het kader van de Europese afvalstoffenwetgeving. Daardoor zal de toestand en de omstandigheden van hun overwinteringskwartier grondig gewijzigd worden. Met dit onderzoek willen het KBIN en het Zwin Natuur Park nagaan welke gevolgen de gewijzigde toestand in Spanje zal hebben op het trekgedrag van de ooievaars.

Belang van het onderzoek

Dergelijk onderzoek is van groot belang omdat de ooievaars een essentieel deel vormen van het natuurpatrimonium van West-Vlaanderen en in het bijzonder van het Zwin Natuur Park. Er komen steeds meer ooievaarskoppels voor in de Zwinregio en de natuurlijke populatie groeit langzaam. Vandaar ook het belang om de nodige middelen in te zetten en er naar te streven om de soort verder te behouden.

Kennis- en expertisecentrum

In het Zwin Natuur Park kregen sinds 1965 al meer dan 300 ooievaars een wetenschappelijke ring om de poot. Een meerderheid van de in het Zwin geringde ooievaars heeft ooit minstens 1 keer een terugmelding gekregen. Dat zijn honderden terugmeldingen in totaal. Sommige vogels zijn doorheen de jaren meermaals teruggemeld (gemiddeld vijf keer per teruggemelde ooievaar). De verste terugmelding is bekend uit Algerije, op 2.164 kilometer van het Zwin. Hoewel ooievaarsringen op afstand kunnen worden afgelezen met een verrekijker of telescoop, blijft de kans dat een geringde ooievaar wordt waargenomen uiteindelijk behoorlijk klein. Elke terugmelding is bovendien een momentopname. Met een zender kan een vogel voortdurend worden gevolgd, en de resultaten van dit onderzoek zullen veel meer informatie opleveren over het doen en laten van de gezenderde vogels van het Zwin Natuur Park.

Het Zwin Natuur Park is als internationale luchthaven voor vogels een kennis- en expertisecentrum voor de vogeltrek. Naast het ringen en bezenderen van ooievaars, zet het Zwin Natuur Park ook in op het vogelringen.

Resultaten

De resultaten van het onderzoek zullen op de website van het Zwin Natuur Park te volgen zijn.