Provincie wil via experimentele maatregelen bepaalde diersoorten in Midden-West-Vlaanderen versterken

patrijs

Het plan is een samenwerkingsproject, die door Leader erkend werd, en waarbij verschillende organisaties* uit sectoren zoals landbouw, jacht, natuur en overheid de handen in elkaar slaan om diersoorten die ecosysteemdiensten (bv. plaagbestrijding, bestuiving enz.) leveren, te bevorderen en soorten die schade veroorzaken, af te remmen.

Het landbouwlandschap in Midden-West-Vlaanderen kenmerkt zich door kleinere percelen en een sterke versnippering. Er zijn heel wat resthoekjes en moeilijk te bewerken percelen die voor de landbouwer weinig winst opleveren. Met dit nieuwe reglement kunnen de landbouwers die werkzaam zijn in de demogebieden voortaan aanspraak maken op ondersteuning voor het uitvoeren van experimentele maatregelen die een win-win nastreven voor zowel de landbouw, de natuur als de jacht.

Vier maatregelen in twee gebieden
Het reglement wil vier maatregelen realiseren die bijdragen tot een verhoogde insectendiversiteit, beter bodemleven en meer habitat voor tal van soorten die afhankelijk zijn van het platteland.

Ze zijn gekoppeld aan het versterken van enkele symboolsoorten zoals de kievit en de patrijs. Voor de realisatie van de maatregelen is een samenwerking met landbouwers noodzakelijk. Het gaat om onder andere:

  • aanleg driebandrand of blok met een meerjarig gras-kruidenmengsel – beheer door landbouwer
    Een driebandrand of -blok bestaat uit drie banden: één is een braakstrook, de andere twee banden worden ingezaaid met een meerjarig graskruidenmengsel en worden afwisselend gemaaid. Op die manier is er structuurvariatie met lage en hoge vegetatie, die ideaal is voor akkervogels zoals de patrijs. De kale bodem en de bloemen kunnen ook dienen voor nuttige insecten zoals bijen en roofkevers
  • aanleg patrijzenblok met een meerjarig graankruidenmengsel - beheer door landbouwer
    Een patrijzenblok bestaat uit drie delen: braakstrook en twee stukken die ingezaaid zijn met een meerjarig graankruidenmengsel maar die elk één jaar en twee jaar blijven staan. Zo ontstaat er structuurvariatie en is er een gedeelte dat vooral dekking en een broedplaats biedt en een gedeelte dat regelmatig opnieuw in bloei en in zaad komt en als voedsel dient. De granen in het mengsel zorgen ervoor dat er extra voedsel is in de winter voor overwinterende akkervogels zoals patrijs en putter. De bloemen trekken nuttige insecten waarvan de larven als voedsel dienen voor de kuikens van akkervogels en helpen bij plaagbestrijding van schadelijke insecten.
  • aanleg éénjarig graskruidenrand - beheer door landbouwer
    Een éénjarige akkerrand bestaat uit één strook van een graskruidenmengsel dat zal uitgroeien in ijle vegetatie. Dit maakt het goed doorwandelbaar voor vogels en hun kuikens. Het kan ook als broedplaats fungeren voor veldleeuwerik en gele kwikstaart. Het biedt daarnaast dekking in een pas geoogst landschap. De bloeiende kruiden zijn een interessante nectarbron voor heel wat plaagbestrijders en bestuivers. Het feit dat de rand maar één jaar hoeft aangehouden te worden, maakt het ook interessant voor landbouwers die aan teeltrotatie moeten doen en waarbij het behouden van een meerjarige rand op dezelfde locatie niet mogelijk is.
  • uitgesteld bewerken van akkerland en aanleg van kuikenvluchtstrook
    Het uitgesteld bewerken van akkerland geeft kievit en scholekster de kans om hun nest uit te broeden. Vaak zit kievit of scholekster net op eieren wanneer het land wordt ingezaaid en verder bewerkt. Gezien deze eieren zeer moeilijk te zien zijn, worden ze ingeploegd. Als we de bewerking kunnen uitstellen, hebben de kuikens kans om uit te komen en zich uit de voeten te maken. De combinatie met een kuikenvluchtstrook verhoogt kuikenoverleving omdat ze hierin kunnen wegvluchten van machines en roofdieren en ook voedsel kunnen vinden. Het uitstellen van bewerking heeft de bodem ook rust en kan bijdragen tot een verbeterd bodemleven.

De demomaatregelen zullen worden uitgetest in twee demogebieden die zich in een intensieve groenteregio situeren, nl. Staden en een aaneengesloten gebied in Wingene, Ardooie, Meulebeke en Pittem.

Financieel
Voor de uitvoering van dit reglement wordt er binnen het Leaderproject ‘Geïntegreerd faunaplan’ 20.000 euro voorzien, verspreid over 2021, 2022 en 2013. 65%, zo’n 13.000 euro, van deze middelen wordt gefinancierd via Leader Midden-West-Vlaanderen, een project dat ondersteuning geniet van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. De Provincie staat in voor 7.000 euro.

Samenwerking en historiek
(*) De verschillende organisaties die samenwerken binnen het faunaplan zijn Boerenbond, Boerennatuur Vlaanderen, INBO, Inagro, Natuurpunt Mandelstreke, Natuurpunt de Torenvalk, Provincie West-Vlaanderen, Stadlandschap West-Vlaamse hart, VLM, WBE ’t Veld en WBE Baekeland.

De samenwerking kwam tot stand door een grootschalige akkervogelinventarisatie in de noordelijke helft van het ‘West-Vlaamse hart’ in 2019. Uit de inventarisatie blijkt dat verschillende soorten zich prima thuis voelen in de regio van Midden-West-Vlaanderen, maar er heel wat gevaren om de hoek loeren. Door de habitatkwaliteit op te krikken kunnen ze deze uitdagingen het hoofd bieden.