Reeds eeuwen terug heeft de mens de zeer arbeidsintensieve en bij wijlen wellicht ook gevaarlijke
jacht ingeruild voor de veehouderij. Zolang de rivieren, meren en zeeën ons in overvloed van vis
voorzagen, was de behoefte om hetzelfde voor aquatische organismen te doen, beperkt.
Met de eerste berichten enkele decennia terug omtrent de bedreiging van de aquatische ecologie,
groeide stilaan het idee ook de aquatische organismen op grote schaal 'in cultuur te nemen'.
Onder aquacultuur verstaan we het cultiveren van aquatische planten en dieren. Hieronder bevindt zich dus :
Voor een goed begrip van deze nota is het aangewezen even stil te staan bij terminologie als intensieve en extensieve aquacultuur, open en gesloten systemen, bulk en niche producten :
Intensieve aquacultuur staat voor hoog technologische systemen,
veel dieren op een beperkte ruimte, waar voornamelijk artificieel voeder wordt gebruikt.
Door de intensieve aard van de kweek is slechts 1% van het oppervlakte, gebruikt voor
extensieve visteelt, nodig. Ook heeft deze manier van kweken de hoogste opbrengst per oppervlak
en menselijke werkkracht.
Als voorbeeld geldt de meervalkweek in Nederland, waar meerval tegen een densiteit van 300 kg vis
per 1000 liter water wordt gekweekt.
Bij extensieve visteelt heeft men behoefte aan grote stukken land en is
men grotendeels afhankelijk van natuurlijk voeder. Hierdoor liggen de visdensiteiten veel
lager dan bij intensieve aquacultuur.
In Hongarije bijvoorbeeld heeft men veel extensieve viskwekerijen waarin hoofdzakelijk
karper in uitgestrekte vijvers van soms wel 25 hectare wordt gekweekt.
Hier wordt soms slechts 1000 kg vis per hectare vijver per jaargeoogst.
In een gesloten systeem wordt het water maximaal hergebruikt door constante biologische filtering. Men spreekt ook over een recirculatiesysteem. Enkele voordelen van gesloten recirculatiesystemen :
Er zijn grote verschillen tussen gekweekte vissoorten wat prijsvorming betreft.
De prijsvorming is doorgaans een weerspiegeling van de mate waarin een bepaalde soort gekweekt wordt,
wat op zijn beurt beïnvloed wordt door de relatieve eenvoud of complexiteit van de kweekmethode van deze soort.
Op deze manier kan men onderscheid maken tussen de zogenaamde bulksoorten en nichesoorten.
Bulksoorten zijn vissoorten met een grote afzetmarkt maar zeer nauwe winstmarge.
Vb. meerval : de kostprijs voor de teelt is 1,1 €/kg en de verkoopprijs is 1,3 €/kg
(beide prijzen zijn zeer marktafhankelijk en schommelen voordurend).
Doorgaans worden deze vissoorten massaal diepgevroren aangevoerd vanuit Azië.
Concurrentie met deze landen is moeilijk door hun lage kosten bij de extensieve viskweek in open systemen.
Indien deze bulkproducten uit gesloten recirculatie komen, is er enkel financieel voordeel op de versmarkt van vis, aangezien hier iets duurder kan verkocht worden.
Anderzijds is snoekbaars bijvoorbeeld een typisch nicheproduct. Snoekbaars heeft een redelijke afzetmarkt
in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. Van de 12.500 ton die jaarlijks geconsumeerd wordt in Europa,
komt minder dan 350 ton uit aquacultuur (FEAP 2007).
Deze vis wordt van de kwekerij verkocht aan 8 €/kg, in de Belgische viswinkel kan men hem vinden
(meestal wildvang uit bv. het IJselmeer) aan 14 €/kg vis.
Wil men binnen onze regio duurzame aquacultuur van enige significantie realiseren,
dan blijkt uit de beschrijving hierboven dat intensieve gesloten recirculatiesystemen
wellicht de enige optie zijn. Gesloten systemen bieden het voordeel van een volledige
beheersing van de teelt, waardoor maximale garanties kunnen gerealiseerd worden naar enerzijds
kwaliteit en voedselveiligheid en anderzijds beheersing van mogelijke negatieve impact van de
teelt op het ecosysteem. Anderzijds vragen gesloten systemen een hoge input aan kennis en
technologie. Voor een groot aantal vissoorten staan beide aspecten nog in de kinderschoenen
of wordt die geheim gehouden uit financieel belang.
Zowel de bulkproducten als nicheproducten hebben potentieel binnen een Europese aquacultuur.
Bulkproductie impliceert evenwel grootschaligheid, terwijl nicheproducten op een rendabele manier
in kleinere productie-eenheden geteeld kunnen worden.
De ontwikkeling van de moderne aquacultuur is medio de 20ste eeuw op gang gekomen.
Ongeveer 90% van de aquacultuurproductie bevindt zich vandaag in ontwikkelingslanden,
hoofdzakelijk in Azië. 70% van de productie komt van de absolute koploper China (fig. 1).
Niet tegenstaande de enorme productie van dit land, is slechts 21% voor de export bestemd.
Op wereldschaal zien we dat de productie uit aquacultuur snel de hoogte in gaat,
terwijl de visvangst stagneert (fig. 2).
Ook Europa groeit op aquacultuurgebied en heeft zelfs een leiderspositie als we spreken over
technologie en kennis inzake voortplanting van vis, recirculatiesystemen, visvoeder, ….
Niettegenstaande we technologisch sterk ontwikkeld zijn, kunnen we binnen Europa vandaag de
dalende visvangst onvoldoende compenseren door aanvoer vanuit de Europese aquacultuur (fig. 3).
De EU importeert 74% van zijn aquatische voedsel uit derde landen, waaronder 90% witte vis (
Percid Fish Culture 2008, Universiteit Namen).
De consumptie van vis neemt globaal toe (fig. 2 en 3), zeeën worden leeggevist,
de lijst met bedreigde diersoorten wordt alsmaar langer.
Aquacultuur kan (voor een stuk) een antwoord bieden op deze problematiek,
op voorwaarde dat ook de aquacultuur zelf duurzaam is, zowel op ecologisch,
maatschappelijk als economisch vlak.
Dat vis uit aquacultuur niet altijd duurzaam is, bleek nog heel recent uit acties van
Greenpeace in ons land : op de Brussels Seafood Expo (22 april 2008)
wees deze organisatie de publieke opinie op het massaal voorkomen van bedreigde vissoorten
op deze visbeurs zoals tonijn, noordzeekabeljauw, platvis, zeeduivel,… .
Er werd hevig kritiek geleverd op de tonijn en zalm afkomstig van aquacultuur,
deze worden in open kooien op zee gekweekt - wat zeer milieuvervuilend is -
en krijgen hoge percentages aan visolie en vismeel afkomstig van wilde vis.
De krant De Morgen bezocht de beurs met een marinebioloog en kwam tot besluit :
"De vraag naar allerhande vis blijft erg hoog. En we kunnen niet verwachten dat een gewone consument
nog weet wat wel en wat niet te eten.
Het is de sector zelf die dringend moet ingrijpen. Door bijvoorbeeld meteen al de vangstmethoden
te verbeteren en de farms te verplichten om met afgesloten bassins te werken."
Het is evident dat in Vlaanderen enkel een duurzame vorm van aquacultuur toekomstperspectief heeft.
Onderstaand worden de belangrijkste aspecten hieromtrent besproken.
Zoals eerder aangehaald, zal een aquacultuursector in Vlaanderen wellicht gekenmerkt worden door intensieve, gesloten kweeksystemen. Kan in dergelijke systemen duurzaam worden geteeld ?
Voor het oplossen van deze vraagstukken is wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek nodig.
Pangasius en tilapia zijn de meest gegeten vissoorten in België. Momenteel worden deze vissen uit Afrika of Azië aangevoerd. Indien de vissen gekweekt worden in Vlaanderen, betekent dit een flinke reductie in voedselkilometers. Ook de versheid van het product gaat er sterk op vooruit.
Deze sector kan men geen onderdeel van de aquacultuur noemen, maar er is uiteraard wel
een zekere link.
In 1950 telde de visserijvloot 457 schepen, op vandaag zijn dat er nog 101
(bron FOD Mobiliteit en Vervoer). Hiermee heeft België momenteel het kleinste aantal
commerciële vissersvaartuigen binnen Europa.
Ook de aanvoer van vis door de Belgische vissersvloot is de laatste 20 jaar systematisch
gedaald, zoals weergegeven in figuur 4.
Wat de aanvoer van vissoorten betreft wordt méér schol aangevoerd dan tong, maar inzake
aanvoerwaarde is tong zonder meer het belangrijkste product voor de Vlaamse visserij
(fig. 5). Momenteel wordt uitgebreid het debat gevoerd omtrent de impact van de boomkorvisserij
op de aquatische ecologie. Vast staat in elk geval dat deze vorm van visserij in het licht van de
huidige brandstofprijzen economisch moeilijk houdbaar is. De zoektocht naar alternatieve
vangstmethoden is volop aan de gang.
De dalende aanvoer van vis vanuit de zeevisserij zou voor een stuk gecompenseerd kunnen worden
door aanvoer van locaal gekweekte vis, waardoor de locale verwerkende nijverheid kan blijven
bestaan. De aquacultuur dient zich locaal dus complementair aan de zeevisserij te ontwikkelen.
Concurrentie tussen beide sectoren moet vermeden worden
Fig 4 : Aanvoer door Belgische vissersvaartuigen
Fig. 5 : Aanvoerwaarde per vissoort - 2005In Vlaanderen, met onze beperkte kust van slechts 67 km, hebben we reeds enkele mooie initiatieven genomen op vlak van zeewaterviscultuur :
De zoetwateraquacultuur biedt meer flexibiliteit met het oog op inplantingsmogelijkheden, bijvoorbeeld op de reguliere land- en tuinbouwbedrijven. Er zijn dan ook reeds enkele professionele bedrijven die zoetwatervis telen in België :
We merken een duidelijk toenemende interesse vanuit de land- en tuinbouwsector voor aquacultuur.
Een bezoek aan een meervalkweker in Nederland vorig jaar, georganiseerd door de Universiteit Gent,
werd bijgewoond door een tiental landbouwers.
Het Vlaams Agrarisch Centrum organiseert een studievergadering op 18 juni 2008
en een daaropvolgende cursus met als titel: "viskweek een alternatief?". Verscheidene mensen hebben
zich reeds ingeschreven. Ook wij op het POVLT hebben contacten met twee champignonkwekers,
een mestverwerkend bedrijf en een eierenproducent die willen omschakelen naar visteelt.
Marijke Van Speybroeck, docente en specialiste in aquacultuur aan de Universiteit Gent,
bevestigt ons dat er verschillende kleinschalige initiatieven worden genomen, dit zowel met
vis (baars, snoekbaars) als met zoetwaterkreeftjes.
Investeren in aquacultuur in Vlaanderen mag vandaag nog steeds als een stap in het onbekende worden
beschouwd. Enerzijds is er de zeer beperkte toegang tot praktijkkennis in binnen- en buitenland,
zowel inzake de teelt van specifieke vissoorten als het kweken in gesloten recirculatiesystemen.
De praktijkkennis die er is binnen de privè-sector, wordt zeer moeilijk of niet vrijgegeven.
Zonder deze kennis is het zeer moeilijk een gedegen investeringsplan op te stellen.
Anderzijds is het op vandaag niet duidelijk binnen welke randvoorwaarden aquacultuur in Vlaanderen
mogelijk is (ruimtelijke ordening, lozing water, mestproductie, …).
Er dient dus een duidelijk kennisvacuüm te worden ingevuld. Verschillende praktijkcentra spelen
hierop in :
Het POVLT ziet binnen (West-) Vlaanderen inzake aquacultuur een rol voor zich weggelegd die complementair is aan de (geplande) activiteiten van de andere kenniscentra :
De ontwikkeling van kennis inzake aquacultuur in onze provincie zelf, dat gekenmerkt wordt door
een zeer intensieve en gespecialiseerde landbouw, met een aantal sectoren die naar een reconversie
wensen te evolueren (bv. champignonteelt), lijkt aangewezen. Ook in het licht van de aanwezigheid
van de visverwerkende industrie, de mogelijke interactie met de zeevisserij,… .
In tabel 1 ziet men enkele vissoorten met potentie voor Vlaanderen kort besproken.
Hier dient verder onderzoek uit te maken of deze op een rendabele manier te kweken zijn in
gesloten recirculatie en/of dient de techniek verder op punt gesteld te worden.
Tabel 1: Niet-limitatieve oplijsting van soorten met potentie voor Vlaanderen
| Soort | Afweging |
| Baars |
Weinig afzet in België maar heel grote markt in bv. Zwitserland. (erg veel graten) |
| Gestreepte baars | Relatief nieuwe soort, ook hybriden |
| Snoekbaars | Heel interessant, ook in België. Gepositioneerd als soort delicatesse |
| Steur | Eventueel voor de kaviaar, maar ook de filets zijn zeer in trek |
| Zoetwater-garnaal | Zeer agressief. Moeilijk te concurreren t.a.v. tropische productiestreken. Eventueel wel de niche van de levende dieren (bv. 'Happy Shrimp' initiatief in Rotterdam : levende zoutwatergarnalen ) |
| Meerval | Planteneter. In België betere prijsvorming dan klassieke meerval (goedkope vervanging van kabeljauw). Kan enkel met de tropische productiegebieden concurreren als versproduct. |
| Pangasius | Productiekost 1.1 €/kg - verkoop 1.3 €/kg Beperkte winstmarge maar anderzijds weinig arbeid nodig |
| Tilapia | Concurrentie moeilijk met tropische productiegebieden. Vitafish overweegt stimulatie van vetmestbedrijven in België (verkoop pootgoed en filering door Vitafish). |
| Paling | Erg goede prijzen maar afhankelijk van de glasaal (EU-bedreigde diersoort). |
| Pandora | Pagellus erythrinus. Zoetwatervis waarvan de kweek op kleine schaal is opgestart in Griekenland. Nog geen echte markt. |
| Barramundi | Eerste Europese kwekerij in Tolbert (NL). Erg populaire soort in Australië. |
| … | |
Het globaal debat rond de potentie van aquacultuur voor (West-)Vlaanderen en de mate waarin hierop kan/moet ingezet worden, moet evenwel nog gevoerd worden. Een eerste aanzet werd gegeven op de Themadag Aquacultuur op 17 september 2007 te Oostende, georganiseerd door de vakgroep landbouw en visserij van de Euregio Scheldemond. Wat dat betreft heeft men in Nederland wel al duidelijke keuzes gemaakt: het project 'De Zeeuwse tong', waar de tong centraal staat naast de kweek van voedseldieren voor de visteelt zoals zagers (zeepieren), van kokkels en van zilte teelten, wordt door de Nederlandse overheid voor een bedrag van 7,5 miljoen € gesubsidieerd, lokale overheden en bedrijven leggen dit bij tot 15 miljoen €.
De nood aan objectieve en gevalideerde informatie inzake enerzijds de technische kant van de viskweek
(teelttechniek, sturing van de recirculatiesystemen, …) en anderzijds de randvoorwaarden waarbinnen
viskweek kan in Vlaanderen, is groot. Deze kennis is absoluut noodzakelijk om een gedegen investeringsplan
op te zetten.
Anderzijds staat aquacultuur vandaag nog in de kinderschoenen. Het groeipotentieel van de
productiviteit wordt als zeer hoog ingeschat. Net zoals in de plantaardige en reguliere
dierlijke productie is het praktijkgericht en teelttechnisch onderzoek een belangrijke pijler
voor de stijgende productiviteit. Dit onderzoek moet hiertoe uiteraard gekoppeld worden aan
voorlichting en individuele begeleiding.
Het genereren van objectieve gegevens binnen praktijkgericht onderzoek, de begeleiding en de
voorlichting zijn precies de taken die het POVLT voor zichzelf weggelegd ziet in de reguliere
plantaardige en dierlijke productie, maar ook in de aquacultuur.
Het wetgevend kader rond aquacultuur is in belangrijke mate afwezig. Er is nood aan de ontwikkeling
van deze omkadering op basis van objectieve en gefundeerde informatie. Ook hier kan het POVLT,
samen met de andere relevante kenniscentra, input geven aan het debat.
Het voorstel is de oude selectiemesterij (staat leeg sinds februari 2000) binnen het POVLT om te bouwen tot een aquacultuurcenter. Deze zal enerzijds bestaan uit een beperkte kwekerij die vis zal produceren voor de humane consumptie, zodat we in praktijkomstandigheden ervaring kunnen verwerven met het kweken van vis. Anderzijds komt er een onderzoekseenheid, waar praktijkgericht onderzoek zal plaatsvinden met betrekking tot :
Met oog op realisatie van dit project werd FIOV-steun aangevraagd bij de Vlaamse Overheid.
Een eerste fase van het project werd gerealiseerd in 2008.
Deze eeste fase omvat :
Hiertoe werd half februari binnen PIVAL vzw een aquacultuurexpert aangeworven.
De plannen worden opgemaakt in nauw overleg met de expert aquacultuur binnen het ILVO.
Voor de realisatie van de tweede fase is een projectaanvraag ingediend binnen het EVF-programma
(= opvolger van het FIOV-programma dat in 2007 is afgerond).
Ook hebben we een aantal onderzoeksmiddelen (zowel werkingskosten als personeel)
kunnen genereren binnen een Interreg IVa project omtrent aquacultuur.
Binnen de Scheldemondraad staat. Inzake visteelt zitten aan Vlaamse kant,
naast het POVLT, ook Universiteit Gent, Universiteit Leuven,
het Proefcentrum voor de Groenteteelt te Kruishoutem,
de Sint-Lievens Hogeschool en het ILVO aan tafel.
Zeeland wordt vertegenwoordigd door Imares (WUR).
Het aquacultuurcenter zal ingezet worden om binnen onze regio kennis op te bouwen
inzake de teelttechnische en bedrijfseconomische aspecten van aquacultuur.
Op basis van deze kennis kunnen enerzijds impulsen gegeven worden binnen de regio
om te starten met deze teelt en kan anderzijds de productiviteit binnen de
aquacultuur positief beïnvloed worden, wat de economische rendabiliteit ten goede komt.
Randvoorwaarde is natuurlijk dat er intensieve voorlichtings- en demonstratie-activiteiten
aan het aquacultuurcenter worden gekoppeld. Ook begeleiding van (vooral land- en tuinbouw)
bedrijven, enerzijds van idee tot investeringsplan en realisatie en anderzijds tijdens de
teelt, is een belangrijke opdracht. Tenslotte moet de expertise, die binnen het aquacultuurcenter
wordt opgebouwd, ook betrekking hebben op het wettelijk en beleidsmatig kader waarbinnen
aquacultuur in Vlaanderen mogelijk is, zodat ook in dit verband een adviserende rol kan opgenomen
worden naar de overheden toe met het oog op de aanpassing van dit kader waar nodig.
In 2007 is binnen het POVLT gestart met beperkt onderzoek naar intensieve teelt van zilte groenten
onder glas. Er wordt vooral geconcentreerd op de vervroegde en verlate teelt van zeeaster en zeekraal,
waardoor geleverd kan worden buiten het wildsnijseizoen, in de periodes met de beste prijsvorming.
In 2008 wordt dit onderzoek verdergezet en is er een kleinschalig project opgestart bij een glastuinder.
Bedoeling is dit onderzoek in de komende jaren verder te kunnen uitbouwen binnen het Interreg IVa project
waarvan eerder melding gemaakt. Hierbij zal ook aandacht gaan naar alternatieve zilte groenten zoals
zeekool, zeevenkel, zeekers, … .
Wanneer het kleinschalige praktijkproject dit jaar naar wens verloopt, zal gewerkt worden aan een
implementatie van de teelt op grotere schaal.
In de toekomst zien wij ook mogelijkheden inzake :