POVLT

VISIE



Wat is aquacultuur ?

Reeds eeuwen terug heeft de mens de zeer arbeidsintensieve en bij wijlen wellicht ook gevaarlijke jacht ingeruild voor de veehouderij. Zolang de rivieren, meren en zeeën ons in overvloed van vis voorzagen, was de behoefte om hetzelfde voor aquatische organismen te doen, beperkt. Met de eerste berichten enkele decennia terug omtrent de bedreiging van de aquatische ecologie, groeide stilaan het idee ook de aquatische organismen op grote schaal 'in cultuur te nemen'.

Onder aquacultuur verstaan we het cultiveren van aquatische planten en dieren. Hieronder bevindt zich dus :

  • Reeds eeuwen
  • zeevisteelt ;
  • zoetwatervisteelt
  • kweek van schelpdieren (mossels, kokkels, oesters, .…)
  • productie van visvoeder nl. : phyto- en zoöplankton, zagers (zeepieren), regenwormen, …
  • kweek van zilte groenten: zeekraal, lamsoor, zeekool, …
  • algenkweek: als voedselbestanddeel voor mens en dier (o.a. visvoeder), cosmetica, biodiesel, …


Vormen van aquacultuur ?

Voor een goed begrip van deze nota is het aangewezen even stil te staan bij terminologie als intensieve en extensieve aquacultuur, open en gesloten systemen, bulk en niche producten :

  • Intensieve versus extensieve aquacultuur
  • Intensieve aquacultuur staat voor hoog technologische systemen, veel dieren op een beperkte ruimte, waar voornamelijk artificieel voeder wordt gebruikt. Door de intensieve aard van de kweek is slechts 1% van het oppervlakte, gebruikt voor extensieve visteelt, nodig. Ook heeft deze manier van kweken de hoogste opbrengst per oppervlak en menselijke werkkracht.
    Als voorbeeld geldt de meervalkweek in Nederland, waar meerval tegen een densiteit van 300 kg vis per 1000 liter water wordt gekweekt.

    Bij extensieve visteelt heeft men behoefte aan grote stukken land en is men grotendeels afhankelijk van natuurlijk voeder. Hierdoor liggen de visdensiteiten veel lager dan bij intensieve aquacultuur.
    In Hongarije bijvoorbeeld heeft men veel extensieve viskwekerijen waarin hoofdzakelijk karper in uitgestrekte vijvers van soms wel 25 hectare wordt gekweekt. Hier wordt soms slechts 1000 kg vis per hectare vijver per jaargeoogst.


  • Open systemen versus gesloten systemen
    • Wat zijn open systemen
      • Kooicultuur: men construeert kooien in open water, hierin worden vissen opgekweekt. De waterverversing gebeurt door de natuurlijke doorstroom. Voedsel en mest komen zo vrij in de omgeving. Vb. zalmkweek in Noorwegen.
      • Netcultuur: hier gaat men in ondiep water stukken van meer, rivier of zee afbakenen met netten. vb. vis- en garnaalkweek in Azië.
      • Vijvercultuur: de pootvissen (jonge kleine visjes) worden uitgezet in vijvers, waarna ze tot hun eindgewicht doorgroeien. Dikwijls is er een instroom van water uit een nabijgelegen rivier of bron. De uitstroom van de vijver komt dan in een lager gelegen deel van de rivier uit.

    • Enkele nadelen van deze veel toegepaste open systemen: 
      • Het aantal geschikte natuurlijke locaties is beperkt. Men moet een goede aanvoer van water hebben met daarnaast een mogelijkheid om dezelfde grote hoeveelheid te lozen.
      • Mest en voedselresten komen in de omgeving terecht, wat de bloei van toxische algen bevordert en een negatieve ecologische impact kan hebben.
      • Daarnaast bestaat het gevaar dat gecultiveerde (soms exotische of hybride) soorten ontsnappen en de natuurlijke fauna en flora in gevaar brengen.

    • Enkele voorbeelden van goedkope systemen: 
      • Goedkoop van infrastructuur ;
      • Grote visbezetting kan indien veel doorstroom kan voorzien worden (vb. langs rivier, bovenaan rivier wordt water afgenomen en lager op de rivier wordt water terug in rivier geloosd). Uiteraard is dit in Vlaanderen niet haalbaar.

    • Wat zijn gesloten systemen
    • In een gesloten systeem wordt het water maximaal hergebruikt door constante biologische filtering. Men spreekt ook over een recirculatiesysteem. Enkele voordelen van gesloten recirculatiesystemen :

      • Een gesloten recirculatiesysteem verbruikt tot 90-99% minder water dan een conventioneel systeem zoals hierboven beschreven. Er wordt zo efficiënt mogelijk met energie omgegaan.
      • De impact op de omgeving is minimaal.
      • De waterparameters zijn constant, waardoor er een constante kwaliteit en kwantiteit is inzake geproduceerde vis.

    • Enkele nadelen van een gesloten recirculatiesysteem : 
      • Vraagt kennis van zaken; zowel voor het bouwen van het systeem ( filter) als het kweken of opgroeien van de vis.
      • Vis produceren in een gesloten recirculatiesysteem gaat gepaard met een grote investering: vb: 75 ton snoekbaars kweken per jaar vraagt een investering rond 1 miljoen euro (stal inbegrepen, alles nieuwbouw).

  • Bulkproducten versus nicheproducten
  • Er zijn grote verschillen tussen gekweekte vissoorten wat prijsvorming betreft. De prijsvorming is doorgaans een weerspiegeling van de mate waarin een bepaalde soort gekweekt wordt, wat op zijn beurt beïnvloed wordt door de relatieve eenvoud of complexiteit van de kweekmethode van deze soort. Op deze manier kan men onderscheid maken tussen de zogenaamde bulksoorten en nichesoorten.

    Bulksoorten zijn vissoorten met een grote afzetmarkt maar zeer nauwe winstmarge. Vb. meerval : de kostprijs voor de teelt is 1,1 €/kg en de verkoopprijs is 1,3 €/kg (beide prijzen zijn zeer marktafhankelijk en schommelen voordurend). Doorgaans worden deze vissoorten massaal diepgevroren aangevoerd vanuit Azië. Concurrentie met deze landen is moeilijk door hun lage kosten bij de extensieve viskweek in open systemen. Indien deze bulkproducten uit gesloten recirculatie komen, is er enkel financieel voordeel op de versmarkt van vis, aangezien hier iets duurder kan verkocht worden.

    Anderzijds is snoekbaars bijvoorbeeld een typisch nicheproduct. Snoekbaars heeft een redelijke afzetmarkt in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. Van de 12.500 ton die jaarlijks geconsumeerd wordt in Europa, komt minder dan 350 ton uit aquacultuur (FEAP 2007). Deze vis wordt van de kwekerij verkocht aan 8 €/kg, in de Belgische viswinkel kan men hem vinden (meestal wildvang uit bv. het IJselmeer) aan 14 €/kg vis.


  • De toepasbare vorm van aquacultuur in Vlaanderen
  • Wil men binnen onze regio duurzame aquacultuur van enige significantie realiseren, dan blijkt uit de beschrijving hierboven dat intensieve gesloten recirculatiesystemen wellicht de enige optie zijn. Gesloten systemen bieden het voordeel van een volledige beheersing van de teelt, waardoor maximale garanties kunnen gerealiseerd worden naar enerzijds kwaliteit en voedselveiligheid en anderzijds beheersing van mogelijke negatieve impact van de teelt op het ecosysteem. Anderzijds vragen gesloten systemen een hoge input aan kennis en technologie. Voor een groot aantal vissoorten staan beide aspecten nog in de kinderschoenen of wordt die geheim gehouden uit financieel belang.

    Zowel de bulkproducten als nicheproducten hebben potentieel binnen een Europese aquacultuur. Bulkproductie impliceert evenwel grootschaligheid, terwijl nicheproducten op een rendabele manier in kleinere productie-eenheden geteeld kunnen worden.



Aquacultuur in de Wereld en Europa

De ontwikkeling van de moderne aquacultuur is medio de 20ste eeuw op gang gekomen.
Ongeveer 90% van de aquacultuurproductie bevindt zich vandaag in ontwikkelingslanden, hoofdzakelijk in Azië. 70% van de productie komt van de absolute koploper China (fig. 1). Niet tegenstaande de enorme productie van dit land, is slechts 21% voor de export bestemd. Op wereldschaal zien we dat de productie uit aquacultuur snel de hoogte in gaat, terwijl de visvangst stagneert (fig. 2). Ook Europa groeit op aquacultuurgebied en heeft zelfs een leiderspositie als we spreken over technologie en kennis inzake voortplanting van vis, recirculatiesystemen, visvoeder, …. Niettegenstaande we technologisch sterk ontwikkeld zijn, kunnen we binnen Europa vandaag de dalende visvangst onvoldoende compenseren door aanvoer vanuit de Europese aquacultuur (fig. 3). De EU importeert 74% van zijn aquatische voedsel uit derde landen, waaronder 90% witte vis ( Percid Fish Culture 2008, Universiteit Namen).

  • aquacultuur
    Fig 1 : Wereld aquacultuurproductie
    (voordracht 26/09/2007 - Prof. Sorgeloos)

  • aquacultuur
    Fig. 2 : Wereld visserij- en aquacultuur-
    produktie  (FAO 2006)
     
  • aquacultuur
    Fig. 3 : Het percentage zelfvoorziening in
    aquatische producten vergeleken met de
    consumptie binnen Europa (FEAP 2003)
Klik op de figuren om een grotere versie te bekijken


Kan aquacultuur in Vlaanderen duurzaam zijn ?

De consumptie van vis neemt globaal toe (fig. 2 en 3), zeeën worden leeggevist, de lijst met bedreigde diersoorten wordt alsmaar langer. Aquacultuur kan (voor een stuk) een antwoord bieden op deze problematiek, op voorwaarde dat ook de aquacultuur zelf duurzaam is, zowel op ecologisch, maatschappelijk als economisch vlak.

Dat vis uit aquacultuur niet altijd duurzaam is, bleek nog heel recent uit acties van Greenpeace in ons land : op de Brussels Seafood Expo (22 april 2008) wees deze organisatie de publieke opinie op het massaal voorkomen van bedreigde vissoorten op deze visbeurs zoals tonijn, noordzeekabeljauw, platvis, zeeduivel,… . Er werd hevig kritiek geleverd op de tonijn en zalm afkomstig van aquacultuur, deze worden in open kooien op zee gekweekt - wat zeer milieuvervuilend is - en krijgen hoge percentages aan visolie en vismeel afkomstig van wilde vis. De krant De Morgen bezocht de beurs met een marinebioloog en kwam tot besluit : "De vraag naar allerhande vis blijft erg hoog. En we kunnen niet verwachten dat een gewone consument nog weet wat wel en wat niet te eten. Het is de sector zelf die dringend moet ingrijpen. Door bijvoorbeeld meteen al de vangstmethoden te verbeteren en de farms te verplichten om met afgesloten bassins te werken."

Het is evident dat in Vlaanderen enkel een duurzame vorm van aquacultuur toekomstperspectief heeft. Onderstaand worden de belangrijkste aspecten hieromtrent besproken.

  • Kan intensief ook ecologisch duurzaam zijn ?
  • Zoals eerder aangehaald, zal een aquacultuursector in Vlaanderen wellicht gekenmerkt worden door intensieve, gesloten kweeksystemen. Kan in dergelijke systemen duurzaam worden geteeld ?

    • in dergelijke systemen wordt gestreefd naar een maximale visdichtheid in de tanks. De visdichtheid die kan bereikt worden varieert sterk van soort tot soort. Zo kan meerval geteeld worden aan dichtheden tot 300 kg vis per 1000 l water, terwijl dit voor snoekbaars maximum 80 kg vis per 1000 l water is. Bij de bepaling van de optimale visdichtheid dient men rekening te houden met de stressgevoeligheid, het jagersinstinct, de neiging tot kannibalisme in geval van een suboptimale dichtheid, … van de soort.
    • Een gesloten systeem wordt gekenmerkt door een maximaal hergebruik van water en energie. De emissies van mest en afvalwater gebeuren op een zeer gecontroleerde manier.
    • In een gesloten systeem wordt de visteelt volledig afgeschermd van het natuurlijk ecosysteem. Zo wordt contaminatie van onze eigen fauna en flora met exotische vissoorten of ziekten uitgesloten.
    • Een intensief gesloten systeem heeft een minimum aan oppervlakte nodig en situeert zich indoor. De impact van de teelt op het landschap is dan ook zeer beperkt.
    • Groene bewegingen zoals Greenpeace pleiten voor aquacultuur in gesloten systemen (P. Klinckhamers, marine bioloog Greenpeace Nederland).

  • Wat met het visvoeder ?
    • Veel consumptievissen zijn roofvissen, doordat wij deze het lekkerste vinden. Voor deze roofvis is echter andere vis nodig om hem op te kweken. Zo komt ongeveer 24% van de vangst aan aquatische producten terecht in vismeel en visolie, èèn derde hiervan gaat naar aquacultuur voor de voeding van onder andere forel, zalm en garnalen (Ethisch Vegetarisch Alternatief, De Aquacultuur-Paradox).
    • Maar lang niet alle vissoorten hebben behoefte aan vismeel of visolie in het voeder. Dit geldt bijvoorbeeld niet voor massaal gekweekte vissoorten als tilapia en pangasius, die beiden planteneters zijn. Technieken moeten op punt gesteld worden om deze vissen op een economisch verantwoorde manier te kweken in intensieve recirculatie.
    • een bijkomend aspect omtrent de voeding van gekweekte vissen is de smaak. Indien men artificieel voeder gebruikt (om gebruik van visolie en vismeel te beperken) kan er een smaakverschil optreden in vergelijking met de uit het wild gevangen vis. Dit probleem is echter reeds voor diverse vissoorten opgelost : bv. een door het RIVO (vandaag geïntegreerd binnen IMARES) geformeerd eetpanel van fijnproevers op het gebied van vis proefde geen verschil tussen de gekweekte snoekbaars van Excellence Fish en de wilde snoekbaars (Total Fishing, interview met Excellence Fish).

    Voor het oplossen van deze vraagstukken is wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek nodig.


  • De kwestie van voedselkilometers
  • Pangasius en tilapia zijn de meest gegeten vissoorten in België. Momenteel worden deze vissen uit Afrika of Azië aangevoerd. Indien de vissen gekweekt worden in Vlaanderen, betekent dit een flinke reductie in voedselkilometers. Ook de versheid van het product gaat er sterk op vooruit.


  • Hoe staat het met de voedselveiligheid?
    • Veel aquatische producten op onze markt komen van landen waar de wetgeving omtrent voedselveiligheid niet erg strikt genomen wordt of niet bestaat. Medicijnen worden vaak preventief gebruikt in open systemen, gezien er een reëel risico is op besmetting met visziektes uit de omgeving. De isolatie van de teelt van het natuurlijk ecosysteem en de intensieve zuivering van het water in gesloten recirculatiesystemen laat een maximale controle van pathogenen toe, zodat geen medicijnen tijdens het productieproces moeten worden toegepast
    • Waarschijnlijk kunnen we enkel in gesloten indoor recirculatiesystemen 100% veilig voedsel kweken, vrij van zware metalen en chemicaliën (Recirculating Aquaculture, M.B. Timmons en J.M. Ebeling).
    • In Vlaanderen is er een gegarandeerde transparantie van het productieproces voor humane voeding en is de voedselveiligheid verzekerd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
    • Op wereldvlak worden richtlijnen via Global-GAP met betrekking tot aquacultuur uitgezet.
    • Door gebruik te maken van moderne technieken en volledige integratie van het productieproces binnen een bedrijf, van viseitjes tot ingepakte visfilet, gebeurt ook het verwerkingsproces onder maximale hygiënische omstandigheden. Vb. Bij Vitafish zit er slechts èèn uur tussen het slachten en verpakken van de vis (voordracht 26 september 2007 te Oostende, Sophie Jonckheere, De Henegouwse Tilapia).
    • Door de productie in Vlaanderen te leggen gaat ook de versheid van onze geconsumeerde vis erop vooruit, dit bevordert de voedingswaarde van de vis en de hygiëne. Bedrijven zoals Vitafish claimen een 48-uur levertermijn binnen de straal van 800 kilometer (voordracht 26 september 2007 te Oostende, Sophie Jonckheere, De Henegouwse Tilapia).

  • Is aquacultuur potentieel economisch duurzaam ?
    • Met het oog op een economisch duurzame aquacultuur is een grondige analyse van de potentiële afzetmarkt en -prijzen noodzakelijk. Anderzijds is ook de kostprijs van de teelt sterk afhankelijk van de vissoort.
    • Men moet er voor zorgen dat het energieverbruik zo laag mogelijk gehouden wordt, aangezien dit een grote kost is in de intensieve viskweek. In Wageningen-UR slaagden ze er in tilapia te kweken door de watertemperatuur (27°C) op peil te houden met de afgegeven warmte van pompen en vissen in het systeem.
    • Ook zijn de dimensies van de bedrijven van belang, in functie van de vissoort die gekweekt wordt (bulk versus niche). Zo ondervond de firma Foolen in Son, Nederlands Noord-Brabant, dat de productie van een bulkproduct als tilapia niet rendabel is aan producties van 'slechts' 1000 ton per jaar. Voor een rendabele productie van snoekbaars daarentegen zou een productiecapaciteit van 75 ton snoekbaars/jaar voldoende zijn (bron: snoekbaarskwekerij Excellence Fish, NL). Doch wordt in de toekomst geadviseerd grotere kwekerijen te bouwen, vb. 300-500 ton/jaar.
    • Zelfs een kleinere productie-unit blijft evenwel gepaard gaan met zeer grote investeringen. Een degelijk financieel plan, gebaseerd op objectieve informatie, is in elk project een absolute noodzaak.

De plaats van aquacultuur in (West-)Vlaanderen vandaag

  • De zeevisserij in West-Vlaanderen
  • Deze sector kan men geen onderdeel van de aquacultuur noemen, maar er is uiteraard wel een zekere link.

    In 1950 telde de visserijvloot 457 schepen, op vandaag zijn dat er nog 101 (bron FOD Mobiliteit en Vervoer). Hiermee heeft België momenteel het kleinste aantal commerciële vissersvaartuigen binnen Europa.

    Ook de aanvoer van vis door de Belgische vissersvloot is de laatste 20 jaar systematisch gedaald, zoals weergegeven in figuur 4.

    Wat de aanvoer van vissoorten betreft wordt méér schol aangevoerd dan tong, maar inzake aanvoerwaarde is tong zonder meer het belangrijkste product voor de Vlaamse visserij (fig. 5). Momenteel wordt uitgebreid het debat gevoerd omtrent de impact van de boomkorvisserij op de aquatische ecologie. Vast staat in elk geval dat deze vorm van visserij in het licht van de huidige brandstofprijzen economisch moeilijk houdbaar is. De zoektocht naar alternatieve vangstmethoden is volop aan de gang.

    De dalende aanvoer van vis vanuit de zeevisserij zou voor een stuk gecompenseerd kunnen worden door aanvoer van locaal gekweekte vis, waardoor de locale verwerkende nijverheid kan blijven bestaan. De aquacultuur dient zich locaal dus complementair aan de zeevisserij te ontwikkelen. Concurrentie tussen beide sectoren moet vermeden worden

    • aquacultuur Fig 4 : Aanvoer door Belgische vissersvaartuigen
       
    • aquacultuur Fig. 5 : Aanvoerwaarde per vissoort - 2005
       
    Klik op de figuren om een grotere versie te bekijken


  • De zeevisserij in (West-)Vlaanderen en omliggende regio's
  • In Vlaanderen, met onze beperkte kust van slechts 67 km, hebben we reeds enkele mooie initiatieven genomen op vlak van zeewaterviscultuur :

    • De schelpdierkweek in open zee (mosselkooien) ;
    • De oesterkweek in de Spuikom te Oostende ;
    • Het toekomstig onderzoek naar de open zeeboerderijen door het ILVO en Ugent (vb. te integreren binnen het nieuwe windmolenpark op de Thornton bank)
    • Ook wordt, in samenwerking met het ILVO, de bouw van een grote tongkwekerij nabij Roeselare voorbereid. Deze zal functioneren als commerciële kwekerij, gecombineerd met wetenschappelijk onderzoek. (Dit initiatief stuit vandaag echter op stedenbouwkundige problemen voor de uitvoering)

    De zoetwateraquacultuur biedt meer flexibiliteit met het oog op inplantingsmogelijkheden, bijvoorbeeld op de reguliere land- en tuinbouwbedrijven. Er zijn dan ook reeds enkele professionele bedrijven die zoetwatervis telen in België :

    • Aqua-Bio te Turnhout. Dit bedrijf brengt met succes de Belgische Kaviaar op de markt, door het kweken van steur in een gesloten recirculatiesysteem.
    • Aquafarm te Genk. Deze brengen naast consumptievis ook siervissen op de markt (winden, goudvissen, koi,…) ;
    • Viskwekerij Sint-Pieter te Zonhoven. Hier kweekt men karper voor consumptie. De Joodse gemeenschap is hier een grote afnemer, waaronder gerenommeerde restaurants in Düsseldorfer Altstad. Hun gras-, kroes- en spiegelkarpers zijn daarnaast ook voor de sportvisserij bestemd.
    • Vitafish te Dottenijs, Europa's grootste tilapia-kwekerij (na te streven productie : 3000 ton vis per jaar), opgestart in 2007. Dit is een typisch voorbeeld van intensieve kweek in gesloten recirculatie van een bulkproduct. Na enkele tegenslagen het eerste jaar kunt u nu de Henegouwse Tilapia in enkele supermarkten vinden.
    • Verder in Wallonië heeft men nog enkele kleinschalige extensieve forelkwekerijen.
    • De visteler Excellence Fish, snoekbaars en sierviskweker te Nederland, is een champignonteler die volledig is omgeschakeld naar visteelt.

    We merken een duidelijk toenemende interesse vanuit de land- en tuinbouwsector voor aquacultuur. Een bezoek aan een meervalkweker in Nederland vorig jaar, georganiseerd door de Universiteit Gent, werd bijgewoond door een tiental landbouwers. Het Vlaams Agrarisch Centrum organiseert een studievergadering op 18 juni 2008 en een daaropvolgende cursus met als titel: "viskweek een alternatief?". Verscheidene mensen hebben zich reeds ingeschreven. Ook wij op het POVLT hebben contacten met twee champignonkwekers, een mestverwerkend bedrijf en een eierenproducent die willen omschakelen naar visteelt. Marijke Van Speybroeck, docente en specialiste in aquacultuur aan de Universiteit Gent, bevestigt ons dat er verschillende kleinschalige initiatieven worden genomen, dit zowel met vis (baars, snoekbaars) als met zoetwaterkreeftjes.

    Investeren in aquacultuur in Vlaanderen mag vandaag nog steeds als een stap in het onbekende worden beschouwd. Enerzijds is er de zeer beperkte toegang tot praktijkkennis in binnen- en buitenland, zowel inzake de teelt van specifieke vissoorten als het kweken in gesloten recirculatiesystemen. De praktijkkennis die er is binnen de privè-sector, wordt zeer moeilijk of niet vrijgegeven. Zonder deze kennis is het zeer moeilijk een gedegen investeringsplan op te stellen. Anderzijds is het op vandaag niet duidelijk binnen welke randvoorwaarden aquacultuur in Vlaanderen mogelijk is (ruimtelijke ordening, lozing water, mestproductie, …).

    Er dient dus een duidelijk kennisvacuüm te worden ingevuld. Verschillende praktijkcentra spelen hierop in :

    • Het Provinciaal Centrum voor de Groenteteelt (PCG) te Kruishoutem : hier doet men onderzoek op het integreren van tilapiakweek en tomatenteelt in de serre ;
    • Ook het Provinciaal Technisch instituut te Kortrijk kweekt succesvol tilapia onder de tomaten ;
    • Sint-Lievens Hogeschool te Sint Niklaas heeft de plannen opgevat een onderzoeksmatige viskwekerij te bouwen met de bedoeling stageplaatsen voor hun studenten te creëren en praktijkgericht onderzoek te doen ;
    • Het Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT) te Beitem wenst een aquacultuurcentrum te bouwen, zodat we praktijkgericht onderzoek kunnen doen, technieken kunnen demonstreren en gevalideerde informatie kunnen verstrekken. Wij hopen de eerste vissen begin 2010 te mogen zien rondzwemmen.

    Het POVLT ziet binnen (West-) Vlaanderen inzake aquacultuur een rol voor zich weggelegd die complementair is aan de (geplande) activiteiten van de andere kenniscentra :

    • De universiteiten in Gent en Leuven, die trouwens een wereldfaam hebben inzake hun expertise op het vlak van aquacultuur, richten zich in hoofdzaak op het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. De rol van het POVLT is de vertaling van deze kennis naar (verbeterde) teelttechnieken en de implementatie van deze technieken in de praktijk.
    • Het ILVO legt zich inzake aquacultuur zowel op fundamenteel als praktijkgericht onderzoek toe, zij het vandaag uitsluitend op de zeewateraquacultuur. Onze activiteiten inzake zoetwateraquacultuur zouden hier mooi op aansluiten. Ook inzake voorlichting en bedrijfsbegeleiding kan een complementaire werking worden uitgebouwd.
    • Het PCG richt zich op integratie van aquacultuur met plantaardige productie. Dit concept is nog in volle ontwikkeling en heeft zijn haalbaarheid/rendabiliteit nog niet bewezen. Indien dit concept kan uitgewerkt worden tot een goede landbouwpraktijk, zal dit toepasbaar zijn voor een beperkte sector binnen de landbouw. Het POVLT ziet zijn activiteiten binnen de intensieve aquacultuur daar volledig complementair aan.
    • De Hogeschool St. Lieven kan evolueren tot een interessante kennispartner, die net als het POVLT zich voor een stuk op de praktijk zal richten, maar een duidelijk accent zal leggen op onderwijs.

    De ontwikkeling van kennis inzake aquacultuur in onze provincie zelf, dat gekenmerkt wordt door een zeer intensieve en gespecialiseerde landbouw, met een aantal sectoren die naar een reconversie wensen te evolueren (bv. champignonteelt), lijkt aangewezen. Ook in het licht van de aanwezigheid van de visverwerkende industrie, de mogelijke interactie met de zeevisserij,… . In tabel 1 ziet men enkele vissoorten met potentie voor Vlaanderen kort besproken. Hier dient verder onderzoek uit te maken of deze op een rendabele manier te kweken zijn in gesloten recirculatie en/of dient de techniek verder op punt gesteld te worden.

    Tabel 1: Niet-limitatieve oplijsting van soorten met potentie voor Vlaanderen

    Soort Afweging
    Baars Weinig afzet in België maar heel grote markt in bv. Zwitserland.
    (erg veel graten)
    Gestreepte baars Relatief nieuwe soort, ook hybriden
    Snoekbaars Heel interessant, ook in België. Gepositioneerd als soort delicatesse
    Steur Eventueel voor de kaviaar, maar ook de filets zijn zeer in trek
    Zoetwater-garnaal Zeer agressief. Moeilijk te concurreren t.a.v. tropische productiestreken. Eventueel wel de niche van de levende dieren (bv. 'Happy Shrimp' initiatief in Rotterdam : levende zoutwatergarnalen )
    Meerval Planteneter. In België betere prijsvorming dan klassieke meerval (goedkope vervanging van kabeljauw). Kan enkel met de tropische productiegebieden concurreren als versproduct.
    Pangasius Productiekost 1.1 €/kg - verkoop 1.3 €/kg Beperkte winstmarge maar anderzijds weinig arbeid nodig
    Tilapia Concurrentie moeilijk met tropische productiegebieden. Vitafish overweegt stimulatie van vetmestbedrijven in België (verkoop pootgoed en filering door Vitafish).
    Paling Erg goede prijzen maar afhankelijk van de glasaal (EU-bedreigde diersoort).
    Pandora Pagellus erythrinus. Zoetwatervis waarvan de kweek op kleine schaal is opgestart in Griekenland. Nog geen echte markt.
    Barramundi Eerste Europese kwekerij in Tolbert (NL). Erg populaire soort in Australië.

    Het globaal debat rond de potentie van aquacultuur voor (West-)Vlaanderen en de mate waarin hierop kan/moet ingezet worden, moet evenwel nog gevoerd worden. Een eerste aanzet werd gegeven op de Themadag Aquacultuur op 17 september 2007 te Oostende, georganiseerd door de vakgroep landbouw en visserij van de Euregio Scheldemond. Wat dat betreft heeft men in Nederland wel al duidelijke keuzes gemaakt: het project 'De Zeeuwse tong', waar de tong centraal staat naast de kweek van voedseldieren voor de visteelt zoals zagers (zeepieren), van kokkels en van zilte teelten, wordt door de Nederlandse overheid voor een bedrag van 7,5 miljoen € gesubsidieerd, lokale overheden en bedrijven leggen dit bij tot 15 miljoen €.


De concrete projectideeën van het POVLT

  • Wat zijn de noden ?
  • De nood aan objectieve en gevalideerde informatie inzake enerzijds de technische kant van de viskweek (teelttechniek, sturing van de recirculatiesystemen, …) en anderzijds de randvoorwaarden waarbinnen viskweek kan in Vlaanderen, is groot. Deze kennis is absoluut noodzakelijk om een gedegen investeringsplan op te zetten.

    Anderzijds staat aquacultuur vandaag nog in de kinderschoenen. Het groeipotentieel van de productiviteit wordt als zeer hoog ingeschat. Net zoals in de plantaardige en reguliere dierlijke productie is het praktijkgericht en teelttechnisch onderzoek een belangrijke pijler voor de stijgende productiviteit. Dit onderzoek moet hiertoe uiteraard gekoppeld worden aan voorlichting en individuele begeleiding.

    Het genereren van objectieve gegevens binnen praktijkgericht onderzoek, de begeleiding en de voorlichting zijn precies de taken die het POVLT voor zichzelf weggelegd ziet in de reguliere plantaardige en dierlijke productie, maar ook in de aquacultuur.

    Het wetgevend kader rond aquacultuur is in belangrijke mate afwezig. Er is nood aan de ontwikkeling van deze omkadering op basis van objectieve en gefundeerde informatie. Ook hier kan het POVLT, samen met de andere relevante kenniscentra, input geven aan het debat.


  • Opstart onderzoekseenheid zoetwatervisteelt
  • Het voorstel is de oude selectiemesterij (staat leeg sinds februari 2000) binnen het POVLT om te bouwen tot een aquacultuurcenter. Deze zal enerzijds bestaan uit een beperkte kwekerij die vis zal produceren voor de humane consumptie, zodat we in praktijkomstandigheden ervaring kunnen verwerven met het kweken van vis. Anderzijds komt er een onderzoekseenheid, waar praktijkgericht onderzoek zal plaatsvinden met betrekking tot :

    • soorten zoetwatervissen in intensieve recirculatie ;
    • optimalisatie van recirculatietechniek ;
    • visvoedersamenstelling ;
    • financiële haalbaarheid ;
    • energiebesparing ;
    • waterbesparing ;

    Met oog op realisatie van dit project werd FIOV-steun aangevraagd bij de Vlaamse Overheid. Een eerste fase van het project werd gerealiseerd in 2008.

    Deze eeste fase omvat :

    • het uitwerken van de plannen van de kekerij en de onderzoekseenheid ;
    • de realisatie van een haalbaarheidsstudie m.b.t. de herinrichting van de oude selectiemesterij met inschatting van de aaraan verbonden kosten ;
    • de realisatie van de voorbereidende werken in de stal, zoals de verwijdering van het asbest, de verwijdering van de binneninrichting, het gebruiksklaar maken voor herinrichting ;
    • de opmaak van de lastenboeken voor installatie van de kwekerij en onderzoekseenheid overeenkomstig de plannen ;
    • een eerste fase in de aanbesteding van de werken en leveringen, nl. met betrekking tot de onderzoekseenheid.

    Hiertoe werd half februari binnen PIVAL vzw een aquacultuurexpert aangeworven. De plannen worden opgemaakt in nauw overleg met de expert aquacultuur binnen het ILVO.

    Voor de realisatie van de tweede fase is een projectaanvraag ingediend binnen het EVF-programma (= opvolger van het FIOV-programma dat in 2007 is afgerond).

    Ook hebben we een aantal onderzoeksmiddelen (zowel werkingskosten als personeel) kunnen genereren binnen een Interreg IVa project omtrent aquacultuur. Binnen de Scheldemondraad staat. Inzake visteelt zitten aan Vlaamse kant, naast het POVLT, ook Universiteit Gent, Universiteit Leuven, het Proefcentrum voor de Groenteteelt te Kruishoutem, de Sint-Lievens Hogeschool en het ILVO aan tafel. Zeeland wordt vertegenwoordigd door Imares (WUR).

    Het aquacultuurcenter zal ingezet worden om binnen onze regio kennis op te bouwen inzake de teelttechnische en bedrijfseconomische aspecten van aquacultuur. Op basis van deze kennis kunnen enerzijds impulsen gegeven worden binnen de regio om te starten met deze teelt en kan anderzijds de productiviteit binnen de aquacultuur positief beïnvloed worden, wat de economische rendabiliteit ten goede komt. Randvoorwaarde is natuurlijk dat er intensieve voorlichtings- en demonstratie-activiteiten aan het aquacultuurcenter worden gekoppeld. Ook begeleiding van (vooral land- en tuinbouw) bedrijven, enerzijds van idee tot investeringsplan en realisatie en anderzijds tijdens de teelt, is een belangrijke opdracht. Tenslotte moet de expertise, die binnen het aquacultuurcenter wordt opgebouwd, ook betrekking hebben op het wettelijk en beleidsmatig kader waarbinnen aquacultuur in Vlaanderen mogelijk is, zodat ook in dit verband een adviserende rol kan opgenomen worden naar de overheden toe met het oog op de aanpassing van dit kader waar nodig.


  • Onderzoek naar de teelt van zilte groenten ?
  • In 2007 is binnen het POVLT gestart met beperkt onderzoek naar intensieve teelt van zilte groenten onder glas. Er wordt vooral geconcentreerd op de vervroegde en verlate teelt van zeeaster en zeekraal, waardoor geleverd kan worden buiten het wildsnijseizoen, in de periodes met de beste prijsvorming. In 2008 wordt dit onderzoek verdergezet en is er een kleinschalig project opgestart bij een glastuinder.

    Bedoeling is dit onderzoek in de komende jaren verder te kunnen uitbouwen binnen het Interreg IVa project waarvan eerder melding gemaakt. Hierbij zal ook aandacht gaan naar alternatieve zilte groenten zoals zeekool, zeevenkel, zeekers, … .

    Wanneer het kleinschalige praktijkproject dit jaar naar wens verloopt, zal gewerkt worden aan een implementatie van de teelt op grotere schaal.


  • Andere mogelijkheden
  • In de toekomst zien wij ook mogelijkheden inzake :

    • De kweek van voederdieren voor vissen, zoals zagers (zeepieren). De firma "Topsybates" in Nederland heeft hieromtrent reeds een 10-tal jaar ervaring en is actief op zoek naar kwekers voor verdere uitbreiding van de productie
    • De teelt van algen, bijvoorbeeld als schakel binnen de anaerobe vergisting of de mestverwerking. De technologie is op vandaag evenwel nog niet klaar voor grootschalige toepassing op praktijkbedrijven (mondelinge mededeling prof. Muylaert, KULAK). Het PIH heeft een tetra-projectvoorstel ingediend mbt de integratie van algenteelt binnen het vergistingsproces