Belgische hop

Kwaliteitskeuring Belgische hop

Inleiding

De voorbije jaren werden heel wat inspanningen geleverd door de Belgische hoptelers om de kwaliteit van de hop te optimaliseren. De hoptelers leveren dan ook daadwerkelijk een kwaliteitsvol product af.

Fytosanitaire controle

Controle van de gezondheid van het plantgoed en hoppercelen.

Het plantgoed is onderworpen aan de regels van de plantpaspoorten. Bij aankoop van plantgoed of bij eigen vermeerdering is er een verplichte controle van het plantgoed op Verticillium en virussen.

Daarnaast is de hopteler verplicht om jaarlijks een autocontrole uit te voeren op alle hoppercelen op de aanwezigheid van verwelkingsziekte. Het FAVV voert hierop dan jaarlijks een aantal steekproefcontroles uit.

Controle op visuele kwaliteit van elke partij hop

In 1995 werd door het toenmalige Ministerie van Landbouw, dienst Plantenkwaliteit en Plantenbescherming, van elk lot geleverde hop een monster geanalyseerd naar externe kwaliteit. Dit wil zeggen een controle op de aanwezigheid van productvreemde en beschadigde hopbellen. Dit kaderde in de actie voor het toekennen van de norm Belgische kwaliteitshop, een norm die voorheen niet bestond. Alle hop diende tot dan toe enkel te voldoen aan de Europese kwaliteitsnorm.

Sinds 1995 hanteert men dus de norm Belgische kwaliteitshop die zich onderscheidt van hop met het Europese kwaliteitslabel. De Belgische norm halen betekent dus een meerwaarde voor die hop.

Tot voor 2007 gebeurde de controle op de visuele kwaliteit door een controleagent van het FAVV. Door de EG-verordening Nr. 1850/2006 betreffende de wijze van certificering van hop en hopproducten kan het FAVV de monsternames en analyse van de monsters laten uitvoeren door derden. De erkende hopbereiders worden daarbij verantwoordelijk gesteld voor de organisatie van de controles. De hopbereider moet dus de controles zelf uitvoeren of hij kan dit laten doen door een derde die hiervoor wordt aangesteld. Daarnaast zal het FAVV ter controle hierop nog een aantal steekproefstalen nemen.

Van elke partij hop wordt een mengmonster genomen verspreid over de volledige partij. Deze monstername gebeurt kort na het drogen en vóór het persen.

De monsters worden gecontroleerd op de volgende Europese minimumeisen:

  • vochtgehalte
  • percentage ongewenste bestanddelen
  • percentage zieke bellen
  • percentage zaad

De analyse gebeurt via een wel omschreven procedure die vermeld wordt in bijlage I van Verordening (EG) Nr. 1850/2006 betreffende de wijze van certificering van hop en hopproducten. Het resultaat moet worden voorgelegd aan het FAVV voordat de partij hop wordt gecertificeerd.

De hopsector heeft beslist om ook in de toekomst de hop te keuren zowel naar de EG-normen als de Belgische kwaliteitsnormen. Dit om alle geleverde inspanningen tot het bekomen van de Belgische kwaliteit niet teniet te laten gaan.

Afhankelijk van de normen die gehaald worden, wordt de partij hop geclassificeerd als: Belgische kwaliteitshop, EG-hop of afgekeurde hop.

De normen voor onbereide hop zijn:

  EG-hop Belgische kwaliteitshop
Vochtgehalte max. 14% max. 12%
Bladeren en stengels max. 6% max. 3%
Afval max. 4% max. 2%
Zieke bellen - max. 4%
Losse schubben - max. 20%
Zaad max. 2% max. 1%

Alfagehalte bij de waardebepaling van verhandelde hop

Tot halfweg de jaren negentig gebeurde de verhandeling van hop enkel op basis van het gewicht. Van dan af wou men meer hop kunnen commercialiseren die aan de Belgische kwaliteitsnorm voldeed én tegelijkertijd ook de intrinsieke waarde van de hop, namelijk het alfagehalte in rekening brengen bij de waardebepaling van de verhandelde hop.

Hiertoe werden door het Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT) moderne methodieken op punt gesteld en de nodige apparatuur verworven om het alfagehalte op een vlotte manier te kunnen bepalen.

Sinds 2003 is het labo van het POVLT ook het enige labo in België dat ISO 7025 geaccrediteerd is voor alfa-analyses.De gebruikte methode is EBC 7.7 met HPLC.

Controle op transport en aflevering

Vóór transport worden alle gekeurde bereide hopbalen verzegeld en voorzien van het definitieve etiket. De etiketten worden zodanig aangebracht dat bij het openen van de verpakking het etiket beschadigd wordt.

Indien er onbereide hop getransporteerd wordt, dan moeten de balen voorzien zijn van een voorlopig etiket met aanduiding van de producent (registratienummer of naam) en het ras. Bovendien moet de partij vergezeld zijn van een ondertekende verklaring van de producent.

Erkenning van hopbereider aanvragen bij het FAVV

De hopbereider moet een erkenning aanvragen bij het FAVV voor het bereiden van hop (KB van 21 december 2001). De bereiders van hop moeten ervoor zorgen dat voldaan wordt aan de minimumeisen voor het in de handel brengen van hop zoals aangegeven in EG-Verordening nr. 1850/2006. De bereiding en de certificering van hop moet vóór 31 maart volgend op de oogst plaatsvinden.

Om erkend te kunnen worden door het FAVV moet de hopbereider beschikken over:

  • Een geijkt weegtoestel.
  • Een vochtigheidsmeter.
  • Een ast met drooginrichting. Indien het persen bij de producent gebeurt kan de ast met drooginrichting van de producent hiervoor in aanmerking komen.
  • Een pers met voldoende drukkracht om de hop te persen.
  • Een droge en gesloten opslagplaats die toelaat de gecertificeerde partijen afgescheiden op te slaan van de niet gecertificeerd partijen. Indien het persen bij de producent gebeurt kan de opslag onder dezelfde voorwaarden bij de producent gebeuren.
  • Een voorraadboekhouding waarbij alle verwerkte partijen en per partij de afgeleverde voorlopige etiketten ingeschreven worden.