strategie in belgië
start zoek overzicht

Startpagina > provincie > beleid & bestuur > gebiedsgerichte werking > kustbeheer > een greep uit onze realisaties > kustbeheer in belgië > strategie in belgië > Pagina's > trendsenbesluiten.aspx 

Trends en besluiten


Trends voor de kustzone

De kust vormt een dynamisch geheel. De planning voor geïntegreerd beheer van kustgebieden moet rekening houden met de toekomstige trends die momenteel reeds geïdentificeerd werden.

Belangrijke trends zijn:
Algemeen voor kustgebieden:

  • offshoreactiviteiten zullen steeds en onvermijdelijk meer aandacht krijgen
  • de fysische en biologische omgeving wijzigt voortdurend
  • de eisen (natuurbehoud, nieuwe vormen van visserij en aquacultuur, duurzame energieproductie via wind en waterkracht) en verwachtingen van de samenleving veranderen
  • de technische mogelijkheden en ontwikkelingen gaan snel, en bieden steeds nieuwe en andere opportuniteiten

Enkele vermeldenswaardige trends voor de Belgische kust:

  • bevolkingsgroei en vergrijzing (door pensioensmigratie) aan de kust blijft voortduren
  • er is een stijgende vraag naar woningen en verblijfsplaatsen aan de kust
  • er is een hoog niveau van kansarmoede aan de kust (inclusief huisvesting), alsook van criminaliteit
  • de visserijsector heeft te kampen met grote problemen
  • toerisme blijft dé belangrijkste economische activiteit aan de kust
  • belangrijke economische ontwikkelingen situeren zich in de haven van Zeebrugge die verder aan het uitbouwen is, de haven van Oostende die de renovatie voortzet, de luchthaven van Oostende
  • menselijke activiteiten oefenen blijvend grote druk uit op het natuurlijk ecosysteem

naar boven


Besluiten voor GBKG in België

Geïntegreerd beheer van kustgebieden is geen nieuwe discipline of een universele oplossing. Het is een nieuwe manier van denken waarbij de sectoren en activiteiten rekening gaan houden met elkaar, met de eigenschappen van de kust en met de impact die ze hebben hierop en waarbij gestreefd wordt naar duurzame ontwikkeling.
Om te komen tot een geïntegreerd beleid en beheer in de kustzone is er behoefte aan een visie of streefbeeld. Hierin wordt aangegeven hoe een duurzame kust eruit moet zien. Hierbij is de vraag “Wat wordt verwacht van een duurzame kust (= gewenste toestand)?” van belang.  Een aanzet hiertoe wordt gegeven in de uitgangsprincipes en doelstellingen voor GBKG in dit Deel II. Deze aanzet zou echter in overleg met alle betrokken actoren en met de lokale bevolking omgezet moeten worden in een visie en een streefbeeld voor de Vlaamse kust. Het woord “overleg” is hier cruciaal. De doelstellingen van een geïntegreerd beleid zullen enkel gehaald kunnen worden indien er overleg en samenwerking is met alle actoren in het veld.  Enkel als er een draagvlak is, zal de uitvoering van goed kustzonebeheer mogelijk zijn.

Voorliggend document werd (nog) niet aan een breed overleg onderworpen. Wel kwam het tot stand in een stuurgroep waarin vertegenwoordigers van de drie bestuursniveaus zetelden. De leden van de stuurgroep hadden een adviserende functie maar vertegenwoordigden niet het standpunt van hun bestuur.
Deze visie zal ook moeten voortvloeien uit de langetermijnvisies en streefbeelden van de individuele sectoren. De sectoren zullen eveneens de oefening moeten maken van het geïntegreerd denken, d.w.z. over de eigen grenzen kijken en zelf voorstellen doen hoe mogelijke beperkingen opgelost kunnen worden. Hun sectorale visies moeten aan een toetsing van de duurzaamheidsprincipes onderworpen worden.

Momenteel gebeurt geïntegreerd werken nog op vrijwillige basis en is er geen wettelijke basis waardoor de opvolging en uitvoering van de voorgestelde acties verzekerd kan worden. Bepaalde van de acties zijn echter wel ingeschreven in het beleid en kunnen bijgevolg wel een formele basis krijgen in de toekomst.
Geïntegreerd beheer van kustgebieden moet opgenomen worden in een beleidscyclus. De stappen in een beleidscyclus zijn: beleidsvoorbereidende studies, uitstippelen van het gewenste beleid (=beleidsformulering), uitvoeren van het beleid, en ten slotte evaluatie van het beleid. Deze laatste stap moet toelaten het vooropgestelde beleid bij te sturen en aan te passen. Flexibiliteit moet mogelijk blijven om te kunnen inspelen op gewijzigde situaties en inzichten.
Om na te kunnen gaan of de activiteiten en ontwikkelingen in de kustzone de gewenste richting uitgaan is voortdurende opvolging noodzakelijk. Bij opvolging van vooraf bepaalde parameters op regelmatige tijdstippen en volgens een afgesproken werkmethode spreekt men van monitoring. Een van de instrumenten die hiervoor gebruikt kunnen worden is een set van duurzaamheidsindicatoren specifiek voor de kustzone. Die vormen samen een duurzaamheidsbarometer voor de kust. Deze zal toelaten voor afgesproken parameters na te gaan of de evolutie naar duurzame ontwikkeling in de gewenste richting verloopt.

Uiteraard is nog heel wat werk nodig om alle belemmeringen voor GBKG uit de weg te helpen (zie 1.3.). En GBKG is -moet het nog gezegd- geen eenvoudige taak, en eenvoudige beslissingen mogen evenmin verwacht worden. In de tabel met concrete acties worden -indien voorhanden- voorbeelden aangehaald. Deze voorbeelden zijn slechts een eerste aanzet tot geïntegreerd werken. Ze zijn dikwijls nog zeer lokaal en beperkt in het aantal te integreren facetten. In de toekomst moet het beleid de lat veel hoger leggen om te komen tot een duurzame ontwikkeling aan de kust.
Verder zal het verzamelen van basisgegevens voor alle activiteiten aan de kust een belangrijk aandachtspunt zijn voor onze kustzone.

Ten slotte moet benadrukt worden dat geïntegreerd werken niet zal leiden tot een oplossing voor alle conflicten of tegenstrijdige belangen. Het is een proces van geven en nemen en van elkaar begrijpen en aanvullen. Alle betrokken partijen moeten daarbij dat ene hoofddoel in het achterhoofd houden: de Vlaamse kust moet ook voor toekomstige generaties aantrekkelijk blijven. Soms moeten daarbij moeilijke knopen worden doorgehakt en belangrijke keuzes worden gemaakt.
De draagkracht van het kustecosysteem - het vermogen om binnen het kader van duurzame ontwikkeling, functies en activiteiten op te nemen zonder het voorbestaan van het ecosysteem op lange termijn te hypothekeren - wordt het basiscriterium dat de condities aangeeft voor de toekomstige ontwikkeling.

De conflicten, knelpunten of beperkingen kunnen binnen een aantal schaalniveaus gesitueerd worden. Deze schaalniveaus kunnen een eerste hulpmiddel zijn in een waardediscussie. Volgende vier schalen kunnen van belang zijn:
   1. Geografische schaal
   2. Beleidsschaal (individu - gemeente - provincie - gewest - federaal - Europees- internationaal…)
   3. Belangenschaal (eigen belang - collectief belang)
   4. Tijdsschaal (korte - middellange - lange termijn)

Het zal van groot belang zijn dat er een afwegingskader ontwikkeld wordt voor de toelaatbare activiteiten aan de kust. Dit moet toelaten om op gefundeerde wijze keuzes te maken en te verantwoorden.
Met dit document en initiatieven van de laatste tien jaar werd bewezen dat reeds heel wat denkwerk werd verricht omtrent geïntegreerd beheer van kustgebieden. Om het in het licht van een beleidscyclus te formuleren kan gesteld worden dat de voorbereidende fase reeds in een ver stadium staat, voor de beleidsplanning werd een eerste aanzet gegeven. Hoog tijd om het streefbeeld voor de kust uit te werken en meer aandacht te besteden aan de uitvoerende fase.