kustbeheer in belgië
start zoek overzicht

Startpagina > provincie > beleid & bestuur > gebiedsgerichte werking > kustbeheer > een greep uit onze realisaties > kustbeheer in belgië > kustbeheer in belgië > Pagina's > europesecontext.aspx 

Europese context

Anno 1999 leeft een derde van de Europese populatie in de kustzone. Zo’n 85% van deze kust staat onder hoge of matige druk van verschillende impacts. De belangrijkste problemen zijn vernietiging van habitats, slechte waterkwaliteit, kusterosie, uitputting van hulpbronnen en gebrek aan geïntegreerd beheer van de kustzones. In heel Europa komt men tot de vaststelling dat GBKG nog in de kinderschoenen staat en dat sectorale benaderingen domineren.

europese unieDe Europese Unie gaat begin jaren negentig bijzondere aandacht besteden aan geïntegreerd beheer van kustgebieden. Vertrekkend van het principe van duurzame ontwikkeling heeft de Raad van de Europese Unie op 6 mei 1994 de resolutie 94/C 135/02 betreffende een communautaire strategie voor geïntegreerd beheer van de kustzone aangenomen, die de lidstaten verzoekt om hun inspanningen te intensiveren, opdat de bescherming van de kustzone in de gehele Europese Gemeenschap kan worden opgevoerd.

Ook de lidstaten vertonen interesse voor een geïntegreerde benadering en velen verkennen de mogelijkheden. In de Europese kustzones lopen talrijke regionale of lokale projecten, al dan niet met andere Europese partners, die verband houden met goed beheer van kustzones. Vele van deze projecten vallen binnen een Europees onderzoeksprogramma (LIFE, TERRA, PHARE).
In 1996 startte de Europese Commissie haar Demonstratie Programma Geïntegreerd Beheer van Kustgebieden. Het betrof een samenwerking tussen de Directoraten-Generaal van Milieu, Visserij, Regionaal beleid en de Directoraten-Generaal verantwoordelijk voor onderzoek en informatie en de European Environmental Agency.

Als verantwoording voor het demonstratieprogramma benadrukt de Europese Unie dat ze bekommerd is om de kustzones omdat:
   - de problemen een Europese dimensie hebben, en niet door de individuele lidstaten opgelost kunnen worden;
   - het beleid en de acties van de Europese Unie de ontwikkeling van de kustzones beïnvloeden (transport, visserij, omgeving, landbouw, energie en industrieel beleid);
   - er is behoefte aan uitwisseling van kennis en ervaring naar gebieden waar duurzaam beheer van kustzones nog niet succesvol toegepast wordt.

In het demonstratieprogramma is gekeken naar de vele onderling samenhangende  biologische, fysieke en menselijke problemen waarmee de kustgebieden tegenwoordig geconfronteerd worden. Hun oorzaak kan herleid worden tot fundamentele problemen in verband met een gebrek aan kennis, ongeschikte en ongecoördineerde wetgeving, onvoldoende participatiemogelijkheden voor de belanghebbenden en te weinig coördinatie tussen de betrokken bestuursinstanties.
De resultaten van dit programma leverden het basismateriaal voor het uitstippelen van een Europese strategie voor GBKG.
Op 27 september 2000 heeft de Europese Commissie een Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake een strategie voor Europa voor geïntegreerd beheer van kustgebieden goedgekeurd (COM (2000) 547). Met de strategie wordt getracht een gezamenlijke aanpak van planning en beheer van het kustgebied te bevorderen, waarbij bestuur door partnerschap met het maatschappelijk middenveld als filosofie wordt gehanteerd. In de strategie staat de rol van de Europese Unie gedefinieerd als leiderschap en sturing voor het ondersteunen van de implementatie van ICZM door de lidstaten, op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Tevens benadrukt de strategie de noodzaak van blijvende samenwerking tussen de diensten van de Commissie.

Waar mogelijk bouwt de strategie verder op bestaande instrumenten en programma’s, waarvan sommige niet exclusief zijn voor kustzones. De strategie wordt nu reeds toegepast door de Commissie. De programma’s worden aangevuld met bepaalde nieuwe activiteiten, met name voor de ontwikkeling van optimale praktijk en de verspreiding van informatie.
Een van de elementen van de strategie is een Voorstel voor een aanbeveling van het Europees parlement en de Raad betreffende de uitvoering van een geïntegreerd beheer van kustgebieden in Europa (COM(2000)545, 08.09.2000). Met deze aanbeveling wenst de Commissie GBKG ook op andere administratieve niveaus te stimuleren. In de aanbeveling wordt enerzijds aangegeven dat de lidstaten een nationale inventaris dienen uit te voeren om te analyseren welke partijen, wetten en instellingen de planning en het beheer van het kustgebied beïnvloeden. Op basis van deze inventaris dienen de lidstaten vervolgens een nationale strategie te ontwikkelen voor de uitvoering van de beginselen van GBKG. In de aanbeveling wordt aangegeven welke elementen de nationale strategie minimum moet bevatten (zie bijlage).
Het overleg binnen de Europese Unie omtrent de aanbeveling wordt eind 2000 en begin 2001 gevoerd met de verschillende betrokken Directoren-Generaal. Indien alles vlot verloopt kan een goedkeuring door de Raad en het Parmlement midden 2001 verwacht worden.

De nood aan actie in kustgebieden werd ook in beschouwing genomen in het Europese milieubeleid, het regionale beleid en het visserijbeleid:
   - het vijfde communautaire programma met betrekking op omgevingsthema’s en duurzame ontwikkeling voorziet een initiatief als antwoord op de vraag naar een algemene communautaire strategie voor geïntegreerd beheer van kustgebieden;
   - de Europese aspecten van regionale planning, in het bijzonder de Commissie Communicatie “Europa 2000+” (1) en de voorbereiding van een Europese “Spatial Planning Perspective” bevestigen de nood om bijzondere aandacht te schenken aan de kwetsbaarheid van kustzones;
   - de recente veranderingen in de visserijsector benadrukken de nood aan een strategische visie voor de toekomst van kustzones.

Ook de EUCC (European Union for Coastal Conservation) verrichtte het laatste decennium heel wat werk rond de bescherming van kustgebieden. In 1993 lanceerde de EUCC het idee om een Europese gedragscode voor Kustzones (European Code of Conduct for Coastal Zones) op te stellen. Dit idee werd officieel aanvaard door de Europese ministers van Leefmilieu in oktober 1995, als onderdeel van de PEBLDS (= Pan-European Biological and Landscape Diversity Strategy). Deze Strategie is onderdeel van de Europese implementatie van de Conventie op Biologische Diversiteit, overeengekomen op de United Nations Conference on Environment and Development (UNCED) op de Wereldtop in Rio, 1992. Hiermee wil de EUCC duidelijke en realistische richtlijnen aanbieden voor het dagelijkse management van de kustzones. Het is niet enkel gericht op openbare besturen, maar evengoed op andere kustgebruikers, bijvoorbeeld voor commerciële initiatieven. Met de Code wil men een poging doen om de principes van duurzame ontwikkeling in de praktijk om te zetten binnen alle sectoren, waarbij volledig erkend wordt dat socio-economische ontwikkeling in deze regio’s zal blijven doorgaan. De code werd officieel aanvaard door de Raad (Council) van Europese ministers in april 1999 (www.coastalguide.org/code/ ).

Voorstel van EUCC van stappen die moeten ondernomen worden bij het ontwikkelen van Integrated Management Plans. Al deze stappen moeten gebeuren in overleg en samenwerking met regeringen, lokale besturen, sectorale planners, NGOs en anderen (World Bank 1993)

Stappen:
   - 
voorbereiding van gedetailleerde en relevante basisinformatie over de fysische omgeving, kustprocessen en ecosystemen, culturele elementen en het afbakenen van de geografische reikwijdte van het plan;
   - opzetten van een mechanisme om publieke participatie in het proces te verzekeren;
   - vastleggen van de rol van het management in het verleden en in de toekomst in de vormgeving van het kustlandschap, en analyseren van de haalbaarheid en wenselijkheid voor nieuwe ontwikkelingen;
   - beschrijven van bestaand management en wettelijke structuren en voorstellen van het nodige institutionele, legale en administratieve kader voor een geïntegreerd management;
   - uitvoeren van een audit van goede en slechte elementen binnen de natuurlijke/menselijke matrix en identificeren van prioriteiten;
   - duidelijk schetsen van doelstellingen en prioriteiten voor planning en management, alsook voor sectorale activiteiten;
   - uitzetten van initiële plannen en voorgestelde projecten, inclusief controlemechanismen en economische incentives om duurzaam gebruik van rijkdommen te promoten;
   - milieueffectrapporten (MER) en strategische MERs (SMER) voor voorgestelde plannen en projecten;
   - verzamelen van opmerkingen/aanbevelingen van het publiek, gebaseerd op informatie die vrij ter beschikking werd gesteld
   - revisie van voorstellen
   - implementatie van het plan
   - monitoring en evaluatie van de resultaten
   - inbouwen van mechanismen voor reactie op noodsituaties die zich kunnen voordoen tijdens de verschillende  fasen;
   - herzien en indien nodig aanpassen van de plannen op basis van de verkregen resultaten, of op basis van nieuwe uitgangssituaties.

Ook voor Europa kan dus geconcludeerd worden dat er reeds enkele jaren goede intenties zijn en veel interesse voor beheer van kustzones, maar resultaten in de praktijk en een bruikbaar Europees kader zijn er nog niet. De vaststelling dat steeds meer mensen migreren van het binnenland naar de kustzones zal slechts leiden tot een grotere druk op de kustzone. Om de impact in banen te leiden is een goed managementplan absoluut noodzakelijk.


Commissie Communicatie COM/94/354. "Europe 2000+. Cooperation for European Spatial Planning". ISBN 92-826-9100-4.