Wat
Trends
Gebiedsgericht beleid
Het bestuursakkoord
Wat
Gebiedsgerichte beleidsvoering is in de mode. Dat valt althans af te leiden uit de toename aan studiedagen, debatten en
publicaties omtrent dit onderwerp. Steevast wordt deze nieuwe benadering in verband gebracht met een aantal
maatschappelijke en bestuurlijke trends die de overheid ertoe aan zetten om zich te herpositioneren.
Trends
In het spanningsveld tussen enerzijds mondialisering en europeanisering van heel wat maatschappelijke problematieken
en anderzijds de privatisering en 'vermarkting' van vroegere publieke taken, dreigt de politieke sturing van het
maatschappelijk gebeuren uitgehold te worden. Complexe maatschappelijke problemen kunnen niet langer door de
overheid alleen worden opgelost en hiërarchisch gecentraliseerde sturingsvormen staan onder druk omwille van
veranderende verhoudingen tussen staat, markt en burger... Om maar een paar herkenbare dingen te noemen.
Gebiedsgericht beleid
Gebiedsgericht beleid wil een strategische reactie zijn op deze verschillende fenomenen. In plaats van generieke
oplossingen te decreteren worden oplossingen op maat gezocht voor gebiedsspecifieke problemen of kansen die zich
aandienen. De schaal van aanpak zal daarbij verschillen naargelang de aard van het probleem en de
gebiedsomschrijving die daar het best bij aansluit. In ieder geval worden verschillende actoren betrokken om op basis
van wederzijdse belangen duurzame oplossingen te bewerkstelligen. Samenwerking wordt een sleutelwoord, niet alleen
tussen actoren maar ook tussen sectoren om op een meer geïntegreerde manier een antwoord te kunnen bieden aan
steeds complexer wordende uitdagingen.
Het bestuursakkoord
Op 25 april 2003 werd een bestuursakkoord afgesloten tussen het Vlaams, het provinciaal en het lokaal bestuursniveau
omtrent effectief en burgergericht overheidsbestuur. Daarmee werd formeel het kerntakendebat, dat gevoerd werd van
december 2001 tot januari 2003, afgerond.
Wat het profiel van het intermediaire, provinciale niveau betreft wordt verwezen naar de maatschappelijke meerwaarde
van bovenlokale besluitvorming, zijnde de politieke vertaling van wat leeft binnen de provincie. Dit vormt een eigentijdse
vertaling van 'het provinciaal belang' in termen van bovenlokale taakbehartiging en belangenafweging. Verder kunnen
de provincies ook ondersteunende taken opnemen naar het lokale niveau toe, o.m. met het oog op de versterking van
de bestuurskracht van gemeenten en OCMW's.
Het akkoord onderscheidt drie wijzen van interbestuurlijke samenwerking. Vooreerst het louter decretale waarbij het
zwaartepunt bij de Vlaamse overheid ligt. Vervolgens zijn er beleidsovereenkomsten die vrijwillig worden afgesloten en
tot stand komen na overleg en samenspraak en waarbij het (boven-)lokale niveau binnen de globale kaders van
Vlaanderen een grote mate van beleidsruimte toebedeeld krijgt. Een apart aandachtspunt vormt de gebiedsgerichte
samenwerking tussen de bestuursniveaus en andere relevante partners die - afhankelijk van maatschappelijk (complexe)
problemen - op een georganiseerde wijze procesmatig ingezet en samengebracht worden om te komen tot gepaste
('integrerende') oplossingen (vb. Europese programma's). Hoewel geen van de partners het alleenrecht kan opeisen
voor deze aanpak worden de provinciebesturen aangemaand om vanuit hun profiel als streekbestuur bijzondere
aandacht te hebben voor deze gebiedsgerichte benadering...
Er is dus alle reden toe om de positie van de provincie op dat vlak verder te versterken. Niet alleen omwille van de
bovenlokale missie, maar ook omdat door de verdere sectorale verkokering van het Vlaamse beleid (o.a. de indeling
van de administratie in 13 departementen in het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid), de provincies een reële
toegevoegde waarde hebben op vlak van afstemming en integratie van diverse beleidsvelden... als men tenminste
deze kans waarneemt.