veiligheid
start zoek overzicht

Provincie West-Vlaanderen > ondernemen > duurzaam industrieel bouwen > comfort > veiligheid > Pagina's > brand.aspx 

Brand 

Belangrijkste verplichtingen in verband met brandpreventie

Basisnormen brandpreventie voor industriële gebouwen

Verplichtingen in verband met bluswateropvang

 

Belangrijkste verplichtingen in verband met brandpreventie

  •  Wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie bij brand en ontploffing artikel 2, §2 en §3. 
  • Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 houdende vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, artikel 4 en 5 (BS 26 april 1995). 
  • Ministerieel besluit van 5 mei 1995 tot vaststelling van de procedure inzake gelijkwaardigheid en afwijking van de technische voorschriften van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 houdende vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waarde nieuwe gebouwen moeten aan voldoen.
  • Koninklijk Besluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen (BS 15 juli 2009). 

 

Basisnormen brandpreventie voor industriële gebouwen

 

Het KB basisnormen voor preventie van brand en ontploffing bevat vanaf 15 augustus 2009 voorschriften voor industriële gebouwen. De voorschriften voor nieuwe industriegebouwen en opslagplaatsen zijn te vinden in bijlage 6. Bijlage 6 'Brandveiligheid in industriegebouwen' is op 15 juli 2009 verschenen in het Belgische Staatsblad. De regels zijn nu overal in België gelijk.  

 

Hieronder staan de voornaamste elementen uit bijlage 6 opgesomd. Op de website van Fireforum is bijlage 6 op te halen. 

 

 

Bijlage 6 is van toepassing op:

  • alle op te richten industriële gebouwen;
  • uitbreidingen van bestaande industriële gebouwen.

is niet van toepassing op:

  • één bouwlaag en kleiner dan 100 m²;
  • industriële installaties buiten de gebouwen;
  • gebouwen of delen andere dan voor industriële activiteiten.

Bijlage 6 geeft een indeling in industriële gebouwen op basis van maatgevende brandbelasting in de klasse A, B of C.

 

Per klasse industriegebouw is een specifieke brandweerstand (stabiliteit van bouwelement) nodig waaraan de structurele elementen type I en II moeten voldoen.

 

De klasse van industriegebouw, de vereiste stabiliteit en het al dan niet aanwezig zijn van een sprinklerinstallatie bepaalt de toelaatbare oppervlakte van de compartimenten in een industrieel gebouw.

 

Er zijn ook eisen voor detectie van brand en voor de afvoer van rook en warmte.

 

Er zijn ook voorschriften opgenomen in verband met:

  • de afstand tussen gebouwen;
  • de evacuatiemogelijkheden (aantal uitgangen, breedte uitgang en langst af te leggen weg);
  • de veiligheid van de hulpploegen waarbij er eisen zijn in verband met de bereikbaarheid, de aanwezige blusmiddelen en bluswatervoorzieningen (primair, secundair, tertiair).

Bijlage 6 specificeert ook de voorwaarden voor het vereiste debiet in bluswateraanvoer in functie van de oppervlakte.

  • primaire bluswatervoorziening: snel inzetbaar door eerste voertuig en dient voor eerste aanval (minstens 1000 l/min). Bv. het openbaar leidingnet met ondergrondse of bovengrondse hydranten.
  • secundaire bluswatervoorziening: eventueel iets verder van het industriegebouw gelegen en die de brandweer voldoende tijd moet bieden om de tertiaire bluswatervoorziening operationeel te krijgen (minstens 1500 l/min). Bv. een grotere waterleiding of een waterreservoir op het industrieterrein.
  • tertiaire bluswatervoorziening met quasi onbeperkte hoeveelheid bluswater maar mogelijk op grote afstand bv. een kanaal.

Naar boven

Verplichtingen in verband met bluswateropvang

 

Vlarem II specificeert voor welke activiteiten een opvang van verontreinigd bluswater nodig is.

Bluswateropvang is nodig bij:

  • de opslag van gevaarlijke stoffen;
  • verwerkingsinrichtingen van afvalstoffen;
  • de inrichtingen voor het produceren, verpakken en opslaan van biociden (bestrijdingsmiddelen: pesticiden, herbiciden, insecticiden, enz.);
  • inrichtingen voor de productie van chemicaliën ingedeeld volgens rubriek 7 van Vlarem I;
  • inrichtingen voor het industrieel bereiden, conditioneren, verpakken en opslaan van farmaceutische stoffen.

De opslaginrichting voor bluswatertoevoer moet zo uitgevoerd worden dat de rechtstreekse lozing van met gevaarlijke stoffen verontreinigd bluswater naar bodem, oppervlakte- of grondwater of openbare riolering maximaal wordt voorkomen.

De opvangcapaciteit wordt bepaald in overleg met de bevoegde brandweer (Vlarem II, artikel 4.1.7.4 ,  5.21.9, 5.5.0.5, 5.5.07, 5.7.1.3, 5.13.04, 5.17.1.8.)

 

Voor de bepaling van de capaciteit bestaan er geen uniforme constructies. De brandweervereniging Vlaanderen werkt samen met VMM aan de ontwikkeling van een richtlijn.

De richtlijn baseert zich op:

  • de richtlijnen CEA (Europees comité Verzekeringen)
  • Nederlandse CPR richtlijnen (Commissie preventie Rampen door gevaarlijke stoffen)

Deze richtlijn bluswateropvang bevat de vereisten in verband met:

  • de capaciteit;
  • de inplanting;
  • de vloeistofdichtheid;
  • beschikbaarheid;
  • organisatorische eisen;
  • technische uitvoering.

Bij industriële gebouwen kunnen volgende voorbeelden van bluswateropvang aanwezig zijn:

  • ondergronds bufferbekken;
  • schotten aan deuren en poorten die automatisch dicht gaan;
  • tijdelijke opslag in rioleringsstelsel;
  • hellingen in opslagplaatsen of loskaaien.

Al deze opvanginrichtingen moeten een vloeistofdichte vloer hebben.

 

Naar boven

Meer informatie