Genieten. Het zit in ons.
MIJN PROVINCIE
Je bent hier : Skip Navigation LinksStartpagina > kwaliteit > leefomgeving > zwin > historiek
Toon thema navigatie Verberg thema navigatie

historiek

Geschiedenis van het Zwin

Graaf Léon Lippens lag aan de basis

Het Zwin was het eerste natuurreservaat in België. Tegenwoordig hoor je regelmatig dat een of ander gebied beschermd wordt en als natuurreservaat zal beheerd worden, maar in 1952 was dat een heel gedurfd, vernieuwend idee. Bovendien was de eigenaar– de Compagnie het Zoute – zélf initiatiefnemer om het ganse zoutwatergetijdengebied van 150 ha (waarvan 25 ha op Nederlands grondgebied) te vrijwaren. Ongetwijfeld lag het enthousiasme en het doorzettingsvermogen van Graaf Leon Lippens aan de basis van die beslissing. Hij was niet enkel de directeur van de Compagnie het Zoute, maar was ook een natuurliefhebber en een vogelkenner, die oog had voor de ecologische samenhang. Bovendien vond hij het erg belangrijk dat mensen de natuur leerden kennen en leerden waarderen. Soms noemt men hem wel eens een ‘ecoloog-avant-la-lettre’.

top


Met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van het Zwin : van galjoenen tot een villa voor de koning
 
  
De halve eeuw geschiedenis van het natuurreservaat het Zwin maakt deel uit van een veel  langer verhaal van de Zwinstreek. Dit is het deel van de Vlaamse kustvlakte ten noordoosten van Brugge. Het aanzien ervan is steeds het resultaat geweest van een wisselwerking tussen mens en natuur, die rechtstreeks verband had met de afvoer van water uit rivieren en polders enerzijds en het binnendringen van de zee anderzijds.
Op het einde van de laatste IJstijd zo’n 12.000j geleden, begon het zeeniveau te stijgen als gevolg van het afsmelten van de ijskappen. De eerste duizenden jaren steeg het waterpeil vrij snel. Nadien steeg het niveau veel geleidelijker. Als gevolg van deze stijging, werden de zoetwatermoerassen – veengebieden – in de toenmalige kustvlakte overspoeld, en vormden zich uitgestrekte slikken en schorregebieden, doorsneden door diepe geulen. Vanaf de jaren 1100 ontstond er door inpoldering een lappendeken van polders rondom dit geulenstelsel dat in de Middeleeuwen ‘tswin’ werd genoemd. Deze geulen vormden tijdelijk een directe toegang tot de zee, en plaatsen zoals Brugge, Damme, Sluis, Aardenburg en andere hebben er een langere of kortere periode van economische welvaart aan te danken. Door de geleidelijke verzanding geraakten de schepen in de 15de eeuw niet meer verder dan Sluis. Ondertussen hadden zich in de Zwinmonding verschillende zeeslagen afgespeeld tussen Engeland en Frankrijk. Later voerden de Spanjaarden er oorlog met de Verenigde Nederlanden, vond de belegering van Sluis plaats en werden we achtereenvolgens bij Oostenrijk en Frankrijk ingelijfd.

top

In de 17de eeuw werden er enkele forten gebouwd om de Hollanders te weerstaan. Fort St.Pol op het einde van de Zoutelaan, niet ver van het Zwin, getuigt nog van dat roemrijk verleden…

Tussen het einde van de 18de eeuw en dat van de 19de eeuw werden de polders rondom het Zwin stapsgewijs ingepolderd, o.a. de Hazegraspolder door de familie Lippens.
 
In het begin van de 20ste eeuw hernam het strijdgewoel in de streek. In 1914 sluiten de Duitsers de grens bij de Zwinmonding af met een dodelijke elektrische afsluiting.
Na WO I droeg het bestuur van de Hazegraspolder het Zwin over aan de Compagnie het Zoute, een vastgoedfirma opgericht in 1908. Deze maatschappij ontwierp en voerde het plan uit om van Knokke een mondaine badplaats te maken. In 1934 bouwde Koning Leopold III  een villa op een stuk grond dat hem door de CHZ was geschonken. Hij nam er samen met Koningin Astrid en hun kinderen regelmatig zijn intrek. Het sprookje aan zee kreeg echter een plots einde in 1935 toen Koningin Astrid in een verkeersongeluk in Zwitserland om het leven kwam. Koning Leopold III kwam vanaf toen nog maar zelden naar de villa. Na de oorlogsjaren nam de CHZ de villa en de omliggende tuin terug over.

top

Er bestond ook een vliegveld net buiten het Zwin. Het was in 1929 door het Ministerie van Verkeerswezen aangelegd. In het begin was er een beperkte activiteit met kleine sportvliegtuigjes die o.a. luchtdopen verzorgden. Later groeide het uit tot een luchthaven met lijnvluchten naar Engeland en Nederland.

In de 2de wereldoorlog werd het ingenomen door de Duitsers. Die bezetten ook het Zwin en de omliggende duinen waarin ze verschillende bunkers ingroeven - als onderdeel van de 'Atlantic Wall'. Na de oorlog werd het Zwin ontmijnd, en konden wandelaars er opnieuw terecht.

top

Telkens opnieuw bedreigd
 
Hoewel de onbebouwde grond van het Zwin best ingedijkt kon worden om als landbouwgrond gebruikt te worden, zag de CHZ af van dit plan omwille van het natuurschoon. In 1939 werd het Zwin geklasseerd als beschermd landschap. Ondanks deze erkenning werd het voortbestaan ervan met regelmaat bedreigd door verschillende projecten. Zo kon de CHZ het plan van de Belgische regering verijdelen om Breskens met het Zoute te verbinden door een baan met een tramspoor dwars door het Zwin aan te leggen.
Maar alweer een nieuwe bedreiging dook op. In 1950 ontstond er heel wat beroering over de eenzijdige beslissing van Nederland om de Zwinmonding af te sluiten met een dam.
Onder druk van de publieke opinie en de media kwamen er onderhandelingen tussen de Belgische en de Nederlandse regeringen. Uiteindelijk stemde Nederland in het met graven van een nieuwe toegangsgeul tot het Zwin - op eigen kosten - tussen het einde van de duinreep en de opgeworpen dam. De uitvoering van dit initiatief werd echter een zaak van lange adem. Ook gaf het maar een beperkt resultaat. Terecht groeide de vrees dat de Zwinvlakte nog slechts een 2-tal keren per jaar onder water zou komen. Zo zou de typische flora en fauna geleidelijk verdwijnen, wat het einde van het Zwin zou betekenen. Naar aanleiding van al deze gebeurtenissen besliste Graaf Léon Lippens in 1952 om het gebied tot het eerste Belgische natuurreservaat uit te roepen. Hij liet het gebied omheinen, vaardigde een reeks beschermingsmaatregelen uit en plaatste het zwin onder toezicht van enkele wachters. De Koninklijke villa werd ingericht als restaurant en de omliggende tuin werd ingericht met kooien waarin een soortenrijkdom van inheemse vogels werd gepresenteerd. Zo konden bezoekers van dichtbij kennis maken met de vogels die ze tijdens hun wandeling in het natuurreservaat enkel van ver konden waarnemen. De combinatie van dit educatief vogelpark met het uitgestrekt natuurreservaat was in die tijd baanbrekend. Het concept kreeg later op tal van plaatsen in Europa navolging.
In het Belgisch/Nederlands conflict over de afsluiting van de Zwinmonding, besliste de natuur uiteindelijk zelf. De storm op 1 februari 1953 , die langs onze kust en vooral in Zeeland rampzalige gevolgen had, sloeg ook de dam in de Zwinmonding weg. Daarmee was het grootste gevaar voor het droogvallen van het Zwin voorlopig geweken.
In 1960 werden de activiteiten op de luchthaven stopgezet. De graspistes werden in weilanden opgesplitst en aan boeren verpacht. Waar ooit Sabena-toestellen opstegen en landen, ontstond een druk vogelverkeer. Het Zwin groeide geleidelijk in belang en aanzien, zowel in binnen- als buitenland. Het aantal bezoekers steeg zienderogen en de belangstelling van schoolgroepen nam toe. Het Zwin werd ook de thuisbasis voor allerlei wetenschappelijk onderzoek. Er werden duizenden vogels geringd, en er werd uitgebreid onderzoek verricht op de unieke vegetatie.

top

Vernieuwingsplannen
 
In 1990 kreeg het vogelpark een grondige opknapbeurt. Nu is het opnieuw aan vernieuwing toe. We willen het Zwin terug een voortrekkersrol geven door het uit te bouwen tot een volwaardig natuurcentrum. Enkele thema's zullen de rode draad vormen. Onder andere het belang van het Zwin als doortrek-, overwintering-, rui-, en broedgebied voor vele tienduizenden vogels. Want waar vroeger ronkende vliegtuigen het luchtruim doorkruisten, ligt nu een van de drukste internationale luchthavens voor vogels. En ander belangrijk thema is de natuur- en cultuurhistorie van het wijde kustgebied waarvan het Zwin deel uitmaakt. De Zwinstreek is immers een prachtig openluchtlabo van de dynamiek in ons kustlandschap : de zee neemt, de zee geeft,want daar beleef je de overgang van slikke en schorre naar voedselrijke, ingepolderde landbouwgrond. 

top

 

Informatiecentrum Tolhuis

Jan Van Eyckplein 2 - 8000 Brugge

T 0800 20 021 | F 050 40 74 75

E provincie@west-vlaanderen.be

> andere provinciale locaties

© 2009 Provincie West-Vlaanderen  |  by LoQutus  |  Legal Disclaimer