Het unieke natuurreservaat van het zwin
Het Zwin natuurreservaat strekt zich uit over een kustlengte van ongeveer 2,3 km in het Nederlands-Belgisch grensgebied. Ongeveer 2 km van deze kustlengte ligt op Belgisch grondgebied, de rest op Nederlands grondgebied. Het reservaat heeft een oppervlakte van 158 ha waarvan 125 ha op Belgisch en 33 ha op Nederlands grondgebied. Het bestaat uit een duinregel met daarachter zilte slikken en schorren.
Ter hoogte van de Belgisch-Nederlandse grens is er een bres in de duinregel over een lengte van ongeveer 250 m waardoor Noordzeewater bij vloed het natuurreservaat kan binnendringen via een ‘slufter’, een geul die zich in het gebied vertakt in verschillende geulen en kleinere kreken.
Toen naar aanleiding van de Deltawerken na de watersnood in 1953 ook de internationale dijk rond het Zwin moest worden opgehoogd, kon graaf Léon Lippens ‘werk met werk maken’ en liet hij in de schorren grote plassen – de zgn. westelijke meertjes - uitgraven met eilandjes voor broedvogels. Hierdoor stegen de ornithologische waarden spectaculair.
Bij elke vloed komt er water binnen. De hoeveelheid is afhankelijk van de hoogte van het getij en de windrichting. Het water stroomt via de geulen tot in de westelijke meertjes en wordt daar bij aftrekkend tij tegengehouden d.m.v. 3 terugslagkleppen. Zo blijft er ook in perioden met lage waterstanden voldoende water in het natuurgebied staan. De tijdelijke plassen en permanente vijvers in het gebied bevatten veel zeevissen.
Grote delen van het schorrengebied komen enkel onder water bij springtij of stormvloed en het ganse gebied loopt slechts een paar keer per jaar onder water bij uitzonderlijke waterstanden. De voortdurende invloed en samenspel van zee en wind in het gebied is kenmerkend voor een getijdengebied zoals het Zwin. Langsheen de kreken en geulen worden sedimenten - klei en zand - afgezet of opnieuw afgevoerd. Zo ontstaan er kleine hoogteverschillen die in combinatie met de invloed van het getij zorgen voor een grote variatie in de vegetatie – een lappendeken van verschillende soorten zoutminnende planten.
In de bodem van de slikken leven duizenden wormen, slakken en tweekleppigen die het voedsel vormen voor een bonte verzameling vogels. De schorren worden overspoeld bij springvloed (volle en nieuwe maan). Deze zout-water invloed bepaalt de plantengroei in deze twee biotopen. Op de slikken met het hoogste zout percentage kan zich geen plantengroei ontwikkelen. In de schorren daarentegen treffen we een rijke aangepaste flora aan bij springvloed.
Zo vormt dit rijk geschakeerd getijdenlandschap voor tal van vogels een broed-, rui-, rust- en voedsel- en doortrekgebied. Vooral in de wintermaanden kunnen de aantallen pleisterende vogels oplopen tot enkele tienduizenden exemplaren.
Een groot deel van het reservaat is ontoegankelijk voor het publiek. De rust- foerageer- en broedplaatsen zijn deels te bezichtigen van op de wandeldijk zonder verstoring voor de vogels.
Het slikkengebied in het Zwin is zéér rijk aan organisch leven. Doordat de sliklaag het onderliggende materiaal van de lucht (zuurstof) afsnijd, ontstaat al vlug een ontbindingsproces. Door rottingsbacteriën ontstaat de dikke zwarte onderlaag. Deze "zwarte laag" is de ideale voedingsbodem voor de kiezelwieren (diatomeeën) die op hun beurt aan de basis liggen van de voedselketen in het biotoop.
De kiezelwieren (onzichtbaar voor het oog) zorgen voor de typische bruine kleur in de slikken.
Al bij al wordt duidelijk dat deze sliklaag een rijk menu herbergt voor de talrijke steltlopers die met hun aangepaste lichaamsbouw (snavel en poten) hier komen foerageren.
Zelfs zonder verrekijker kunnen we enkele typische bewoners van het reservaat bewonderen. De Scholekster met zijn héél typische "te-piet' roep is de opvallendste. Oranje poten en snavel met een wit-zwart verenkleed doen hem van ver schitteren.
De sierlijke Kluut, Tureluur, Oeverloper, Plevieren, enz... zorgen voor een leuk spektakel van voedselzoekende vogels.
De schorren
Het overgrote deel van de Zwinvlakte bestaat uit schorregebied. In dit terrein dewelke sporadisch beïnvloeding heeft van de zee bij springvloed, verschijnen de typische zoutminnende planten. In de overgangszone tussen de slikken en de schorren treffen we de Zeekraal aan. Deze pioniersplant kan als groente gegeten worden met de bijhorende zee-zoute smaak.
Verder boven het slikniveau treffen we het Klein Schorrekruid en Slijkgras aan. Naarmate het terrein hoger komt te liggen daalt de zoute invloed en verschijnen andere minder zoutminnende planten. De meest opvallende en kenmerkende soort is de Lamsoor of "Zwinneblomme". Midden zomer verkleurt deze plant de vlakte in een paars tapijt.
We ontdekken nog heel wat vegetatiezones aan die tientallen plantensoorten herbergen met als uitloper de "typische" duinsoorten die zich op de zuidkant van de duinenrij bevinden.
Al met al een boeiend rijk plantenleven dewelke menig botanicus en wandelaar zal aanlokken tot een grondig bezoek.
Ook ontdekken we natuurlijk heel wat vogelleven in het schorregebied. Velen van hun hebben er zelfs een broedgebied ingenomen. Ook een opvallende verschijning in de schorre is de Bergeend. Hij valt sterk op door zijn mooie kleuren naast de vele tientallen Brandganzen en Grauwe Ganzen. De Ooievaar is er ook dagelijks te zien. Verder wordt de lijst aangevuld met Steltlopers, meeuwen, sternen, eenden, zang- en rietvogels enz... Een ideale plaats voor de "vogelkijker".
Het Zwin is steeds een bezoekje waard. De vogels, de planten, de ruimte, de rust en de stilte,…allemaal redenen waarom mensen eens komen wandelen.
Het natuurgebied is eigendom is van de Vlaamse Overheid. In het afgesloten gebied van de Schorre, rechts van de toegankelijke zone, kan je er nu runderen zien. Het Agentschap voor Natuur en Bos dat het gebied beheert, besliste immers om een stuk van 25 ha van de schorre te laten begrazen. Dat is een manier om de verdere verruiging van het gebied tegen te gaan. De grassen, zoals strandkweek, die de typische schorreplanten overwoekeren, zullen geleidelijk aan door de runderen worden opgegeten. Dit zal bijdragen tot het behoud van de typische begroeiing van de Zwinvlakte.
Vroeger werden de schorren begraasd door schapen en koeien, maar die activiteit stopte hier in Vlaanderen al enkele tientallen jaren geleden.
Begrazing wordt in vele natuurgebieden toegepast. Afhankelijk van het effect dat men beoogt, gebeurt die begrazing door schapen, runderen of pony’s.
In Frankrijk en Nederland heeft men al veel positieve ervaringen met de begrazing van schorren. Niet enkel omdat de overwoekerende plantensoorten verdwijnen, maar ook omdat het aantal typische schorre vogels, zoals steltlopers en eendachtigen, weer toenemen. Het Zwin heeft er in elk geval een bezienswaardigheid bij!