Genieten. Het zit in ons.
MIJN PROVINCIE
Je bent hier : Skip Navigation LinksStartpagina > kwaliteit > leefomgeving > vergunningen
Toon thema navigatie Verberg thema navigatie

vergunningen

Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning bouwen. Een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd en verleend door het college van burgemeester en schepenen. Wanneer de vergunning wordt geweigerd, voorwaarden oplegt of stilzwijgend wordt geweigerd, kan de aanvrager beroep instellen bij de deputatie.

Daarnaast kan ook een derde, de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar of een adviesinstantie tegen een verleende vergunning beroep instellen bij de deputatie.

Wie kan beroep instellen?

  • De aanvrager kan in beroep gaan bij de deputatie tegen de weigering van een vergunning of tegen een vergunning verleend onder voorwaarden of tegen een stilzwijgende weigering.
  • Een derde kan beroep instellen bij de deputatie tegen de stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning verleend door het schepencollege.
    Onder derde moet worden verstaan :
    - Elke natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kan ondervinden van de vergunning verleend door het schepencollege.
    - Procesbekwame verenigingen.
  • De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en de adviesverlenende instanties kunnen beroep instellen bij de deputatie tegen de stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning verleend door het schepencollege.

Termijnen

  • De aanvrager moet het beroep instellen binnen 30 dagen na betekening van de beslissing van het schepencollege.
  • Een derde moet het beroep instellen binnen 30 dagen na de dag van aanplakking van de beslissing op de plaats van de aanvraag.
  • De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en de adviesverlenende instanties moeten het beroep instellen binnen 30 dagen na betekening van de beslissing van het schepencollege.

Vormvereisten

  • Aanvrager
  1. Het beroepschrift moet aangetekend verstuurd worden naar de deputatie. Het kan eveneens worden afgegeven tegen ontvangstbewijs.
  2. Het beroepschrift wordt gedagtekend (ondertekend en gedateerd) en bevat :
     - de naam, de hoedanigheid en het adres van de indiener van het beroep, en in voorkomend geval, zijn telefoonnummer en mailadres
     - de identificatie van de beslissing van het schepencollege en van het onroerend goed waarop de aanvraag betrekking heeft;
     - een inhoudelijke argumentatie waarom de beslissing van het schepencollege onregelmatig is.
  3. Gelijktijdig bezorgt de aanvrager een afschrift van het beroepschrift aan het schepencollege. Dit gebeurt per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.
  4. Een dossiervergoeding van 62,5 EURO moet worden overgeschreven op het rekeningnummer 091-0131312-03 op naam van Provincie West-Vlaanderen, Koning Leopold III Laan 41, 8200 Sint-Andries (Brugge) met referte "bouwberoep + naam".
    Bij Europese overschrijvingen : IBAN : BE21 0910 1313 1203, BIC : GKCCBEBB.
    Een dossiervergoeding is niet vereist wanneer het schepencollege de vergunning stilzwijgend heeft geweigerd.
  5. De volgende stukken moeten bij het beroepschrift worden gevoegd :
    - een bewijs van gelijktijdige bezorging van een afschrift van het beroepschrift naar het schepencollege;
    - in voorkomend geval,
    een bewijs van betaling van de dossiervergoeding (een kopie van het overschrijvingsformulier volstaat);
    - kopie van de beslissing van het schepencollege; of een kopie van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek en van de beveiligde zending van de vergunningsaanvraag, ingeval het schepencollege de vergunning stilzwijgend heeft geweigerd;

  6. Wanneer men wenst gehoord te worden door de deputatie, kan men dit in het beroepschrift vermelden.

Al deze voorschriften kan men terugvinden op de achterzijde van de beslissing van het schepencollege, alsook in het Besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 2009 en artikel 4.7.21 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

  • Derde
  1. Het beroepschrift moet aangetekend verstuurd worden naar de deputatie. Het kan eveneens worden afgegeven tegen ontvangstbewijs.
  2. Het beroepschrift wordt gedagtekend (ondertekend en gedateerd) en bevat :
     - de naam, de hoedanigheid en het adres van de indiener van het beroep, en in voorkomend geval, zijn telefoonnummer en mailadres
     - de identificatie van de beslissing van het schepencollege en van het onroerend goed waarop de aanvraag betrekking heeft;
     - een inhoudelijke argumentatie waarom de beslissing van het schepencollege onregelmatig is;
     - een omschrijving van hinder of nadelen, wanneer het beroep wordt ingesteld door personen die menen hinder of nadelen te ondervinden;
     - een beschrijving van de collectieve belangen, wanneer het beroep wordt ingesteld door een procesbekwame vereniging.

  3. Gelijktijdig bezorgt de beroepsindiener een afschrift van het beroepschrift aan het schepencollege en aan de aanvrager van de vergunning. Dit gebeurt per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.
  4. Een dossiervergoeding van 62,5 EURO moet worden overgeschreven op het rekeningnummer 091-0131312-03 op naam van Provincie West-Vlaanderen, Koning Leopold III Laan 41, 8200 Sint-Andries (Brugge) met referte "bouwberoep + naam".
    Bij Europese overschrijvingen : IBAN : BE21 0910 1313 1203, BIC : GKCCBEBB.
  5. De volgende stukken moeten bij het beroepschrift worden gevoegd :
    - een bewijs van gelijktijdige bezorging van een afschrift van het beroepschrift naar het schepencollege en aan de aanvrager van de vergunning;
    een bewijs van betaling van de dossiervergoeding (een kopie van het overschrijvingsformulier volstaat);
    - het attest van aanplakking, afgeleverd door het gemeentebestuur;
    - een afschrift van de statuten van de vereniging, wanneer het beroep wordt ingesteld door een procesbekwame vereniging. 
  6. Wanneer men wenst gehoord te worden door de deputatie, kan men dit in het beroepschrift vermelden.

Al deze voorschriften kan men terugvinden op de achterzijde van de beslissing van het schepencollege, alsook in het Besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 2009 en artikel 4.7.21 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Procedure

Na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, maakt het schepencollege het vergunningsdossier onmiddellijk over aan de deputatie. De provinciale stedenbouwkundige ambtenaar maakt dan een verslag op. Indien één van de partijen heeft gevraagd om gehoord te worden, wordt een hoorzitting gehouden waarop alle partijen worden uitgenodigd. Het horen gebeurt doorgaans door één of twee gedeputeerden. 

Ten vroegste 5 kalenderdagen vóór de hoorzitting, kan op verzoek het verslag van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar opgevraagd worden. Hiervoor dient men een mail te sturen naar bouwberoepen@west-vlaanderen.be.

Na de hoorzitting neemt de deputatie dan een beslissing of een vergunning al dan niet kan worden verleend. 

De beslissing wordt genomen binnen 105 dagen na het instellen van het beroep. Wanneer niemand heeft gevraagd om te worden gehoord, wordt de beslissing genomen binnen 75 dagen na het instellen van het beroep.  

Tegen de beslissing van de deputatie kan enkel een jurisdictioneel beroep worden ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 

 

Meer informatie : Ingrid TAS - T 050/403 214 - E Ingrid.Tas@west-vlaanderen.be. 

 


   terug naar boven

 

   

Informatiecentrum Tolhuis

Jan Van Eyckplein 2 - 8000 Brugge

T 0800 20 021 | F 050 40 74 75

E provincie@west-vlaanderen.be

> andere provinciale locaties

© 2009 Provincie West-Vlaanderen  |  by LoQutus  |  Legal Disclaimer