Hoe zag de zee er vroeger uit?
Een simpele vraag
Even nat en golvend als nu wellicht.
Maar zwommen er dezelfde vissoorten van vandaag of zijn er verschillen te merken? Hoeveel garnaal zat er?
Welke invloed hadden rampen als een strenge winter of een wereldoorlog op fauna en flora van de zee? Passeerden of leefden hier zeehonden of dolfijnen? Minder meeuwen en stormvogels? Minder vervuiling? Alles was toch beter vroeger? |

© Foto Provinciale bibliotheek Brugge
|
Het antwoord is ontnuchterend: we weten het niet. Hoe verder we in de tijd teruggaan, hoe minder we blijken te kennen. Gericht onderzoek was er in de eerste helft van de 20ste eeuw zeer weinig. Zowel WOI als WOII verhinderden dit of verstoorden dit grondig. Hernomen onderzoek is er sinds nauwelijks meer dan een kwarteeuw.
Oude aanvoerstatistieken van de visserij zouden kunnen helpen om ons een (gedeeltelijk) beeld te geven, maar ze ontbreken of vertonen hiaten omtrent soortensamenstelling en herkomst.

Er zijn dus geen voor de hand liggende antwoorden op onze spontane nieuwsgierigheid.
Voldoende redenen om te proberen de kennis die er bestaat over hoe het vroeger was te recupereren. Deze kennis is vooral te vinden bij hen die het meest met de zee in contact kwamen: de bejaarde kustbewoners. Ze ravotten als kind schier dagelijks op het strand of ze duwden of sleepten een net door de branding. Ze zagen het komen en gaan van de seizoenen en de jaren.
Maar meer nog dan de blik op de zee vanaf de wal, telt de blik op de zee op zee: het zoute milieu 'gezien' door de ogen, de handen, de neus, de rug, het brein en het geheugen van de gewezen zeegaande vissers.
Vissers beschikken over een bijzonder grote zeekennis. Ze zijn zowat de enigen die dag in dag uit op zee aanwezig zijn én er een activiteit ontplooien die alles te maken heeft met de natuur.
Vandaar het project 'De Zee van Toen', dat een aanzet wil geven tot de ecologische geschiedenis van de zuidelijke Noordzee door een gerichte bevraging van de vissers op rust over de periode 1930-1980.