De kappingen werden voorzien in het goedgekeurde bosbeheerplan uit 2004. De meeste dienen om de uitheemse bomen zoals Amerikaanse eik en Douglas te vervangen door inheemse soorten zoals zomereik en beuk. De biodiversiteit van een inheems bos is immers veel hoger dan in bossen die vooral bestaan uit uitheemse bomen. Bovendien ligt het provinciedomein in een Europees beschermd natuurgebied dat eikenbeukenbossen naar voor schuift. Kappingen brengen ook licht in het bos waardoor er meer bloemen en struiken kunnen ontwikkelen die vlinders en vogels aantrekken.
In totaal gaat het over kappingen in een zone van zo’n 25 ha, 15 % van het bosoppervlak. Door de werken kunnen de paden er tijdelijk slecht bij liggen. De te kappen bomen werden in samenspraak met het Agentschap voor Natuur en Bos aangeduid en zijn gemakkelijk herkenbaar: waar een stuk schors werd verwijderd, werd een stempel ingeslagen. De bomen werden door de Provincie openbaar verkocht aan erkende bosexploitanten.
Sommige gekapte oppervlakten worden meteen terug aangeplant, andere kunnen spontaan terug bos tot bos evolueren.
Door een gecontroleerde houtkap toe te laten in provinciedomeinen wordt in eigen streek brand- en timmerhout geproduceerd. Voor 2004 werd er ieder jaar gekapt in het provinciedomein, met jaarlijks kapot gereden dreven als gevolg. In het beheerplan werd ervoor geopteerd om driejaarlijks te kappen in plaats van jaarlijks. Hierdoor lijken de werken ingrijpender omdat er in meer bospercelen gewerkt wordt.
Meer info:
dienst Milieu, Natuur en Waterbeleid
wim.marichal@west-vlaanderen.be of 050 40 32 58