IBR staat voor ‘Infectieuze Boviene Rhinotrachetis’ en is een virus dat onder andere de luchtwegen aantast bij runderen. Daarnaast veroorzaakt IBR ook een verminderde vruchtbaarheid. Het virus is niet gevaarlijk voor de mens, maar kan op een rundveehouderij wel heel wat problemen en economische schade veroorzaken.
Het proefproject werd positief geëvalueerd. 18 van de 22 deelnemende rundveehouders behaalden het vooropgestelde IBR-statuut. De 4 andere bedrijven stapten uit het pilootproject.
Met het project willen DGZ en de Provincie aantonen dat, mits een goede ondersteuning van een bedrijfsdierenarts, het voor elke rundveehouder haalbaar is om minstens een I2-statuut te verwerven en rundveehouders aanmoedigen om de nodige acties te ondernemen. Meer nog, de resultaten van het project geven aan dat bijna de helft van de rundveehouders in aanmerking komt om een IBR-vrije status te behalen. De ervaringen van de pilootgroep worden via informatievergaderingen aan de West-Vlaamse rundveehouders bekend gemaakt.
Vanaf januari 2012 zijn er strenge beperkingen voor rundveebedrijven die geen gunstig
IBR-statuut hebben of waarvan de IBR-situatie niet gekend is. Vanaf dan dient elke rundveehouder minstens over een I2-statuut te beschikken. Veehouders die tegen die tijd dat statuut nog niet behaald hebben, mogen hun dieren niet op de weide laten en mogen de dieren enkel naar het slachthuis afvoeren.
In West-Vlaanderen zijn er zo’n 417.000 runderen. 52 % van alle West-Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven (5028 bedrijven) hebben runderen.
Op 31 juli 2009 bleek dat slecht zo’n 10 % van de bedrijven (543 bedrijven) een gunstig IBR-statuut had.
Projectverloop
Het proefproject ging van start in 2009. Tal van veehouders waren bereid deel te nemen aan het project. 22 bedrijven werden geselecteerd op basis van geografische spreiding, bedrijfsgrootte en de verhouding melk- en vleesvee.
Bij de geselecteerde bedrijven werd via het nemen van bloedstalen bij 26 dieren (representatief voor het ganse bedrijf - bedrijfsvenster genoemd) een idee verworven over de IBR-status op het bedrijf. Vervolgens bezocht een dierenarts van DGZ elk van deze bedrijven om de resultaten van het bedijfsvenster te bespreken en te beslissen welk IBR-statuut haalbaar was. Het Sanitair Fonds en de Provincie West-Vlaanderen subsidieerden elk 50% van de kost voor het bedrijfsvenster. De bedrijfsbezoeken werden volledig gefinancierd door de Provincie.
Tien van de 22 bedrijven besloten om voor een I3-statuut te gaan. Acht van de tien hadden een volledig negatief bedrijfsvenster (IBR-vrij). De overige twee bedrijven hadden een niet volledig negatief bedrijfsvenster. Zij besloten de positieve dieren van het bedrijf te verwijderen en later over te gaan tot een volledige IBR-screening. Alle 10 bedrijven behaalden het I3-statuut.
Bij acht van de 22 bedrijven was het bedrijfsvenster positief. Deze bedrijven kregen het advies om voor een I2-statuut te gaan. Ook zij behaalden het I2-statuut.
Vier kandidaat-bedrijven trokken zich na het nemen van het bedrijfsvenster terug en stapten uit het pilootproject.
De staalnamekosten voor de screenings werden volledig door de Provincie West-Vlaanderen bekostigd, de analysekosten voor de helft. De Provincie West-Vlaanderen investeerde zo’n 30.000 euro in het proefproject. DGZ Vlaanderen voerde het onderzoek uit en deed de begeleiding van de bedrijven.
Verschillende IBR-statuten
Sinds 1997 bestaat er in België een vrijwillig bestrijdingsprogramma. Binnen het bestrijdingsprogramma onderscheidt men 4 belangrijke statuten, aangeduid als I1, I2, I3 en I4.
Een statuut wordt toegekend per rundveebedrijf. Hoe hoger het statuut, hoe verder het bedrijf staat in de IBR-bestrijding. Wanneer men niet aan IBR-bestrijding doet, heeft men het laagste statuut nl. I1. Wanneer men positieve dieren heeft op het bedrijf maar men echter kan aantonen dat er correct gevaccineerd wordt, wordt het I2-statuut toegekend. Om een I3- of I4-statuut te behalen, moet men aan de hand van twee screenings (bloedonderzoeken van alle runderen ouder dan 12 maanden) aantonen dat men IBR vrij is. Bij een I3-statuut is men volledig vrij van wild virus; bij een I4-statuut wordt er ook niet gevaccineerd.
statuut betekenis
I1 Geen IBR-bestrijding
I2 Vaccinatieplicht
I3 IBR-vrij, maar vaccinatie mogelijk
I4 Officieel IBR-vrij, vaccinatie niet toegestaan
Meer info:
dienst Economie (Landbouw) – Lieven Louwagie
lieven.louwagie@west-vlaanderen.be of 050 40 72 36 of 0497 05 18 80